Ex verdient meer, minder alimentatie betalen?

Wij zijn drie jaar geleden gescheiden. Ik betaal mijn ex iedere maand € 500 partneralimentatie.  Ik weet dat zij nu meer geld verdiend. Kan ik stoppen met betalen?

 

Dat is op basis van deze informatie niet te zeggen. Maar ik zal uitleggen hoe je dat zelf kan berekenen. Ten tijde van de scheiding leefden jullie van een (netto) gezinsinkomen. Dat is jullie inkomen samen, met inbegrip van vakantiegeld, bonussen, dertiende maand etc. Als je weet hoeveel jullie eventuele minderjarige kinderen toen kosten, haal je dat van het gezinsinkomen af. Wat resteert is te besteden voor beide partners. Voor ieder van de ex-echtgenoten is daarvan na de scheiding 60% nodig. Dat bedrag indexeer je vervolgens naar dit jaar. Dit is de huwelijksgerelateerde behoefte aan inkomen. Als jouw ex tenminste dat bedrag nu netto verdient, dan heeft zij geen behoefte en recht op partneralimentatie en kan je stoppen met betalen. Als je niet zeker weet hoeveel zij verdient, kan je naar haar inkomensspecificatie en jaaropgave vragen. Verdient zij minder, dan heeft zij een aanvullende behoefte tot de het bedrag van die 60%. Het is dus mogelijk dat je niet meer hoeft te betalen of een lager bedrag, afhankelijk van haar eigen inkomen. Het kan ook zijn dat het bedrag van haar behoefte veel hoger is, maar dat de alimentatie bij de scheiding is gemaximeerd tot het bedrag dat jij kon betalen. Het laagste bedrag van de behoefte /draagkracht telt. Let wel, het te betalen bedrag is bruto. Netto bedragen moet je dus bruteren.

Ingrid Maste
Hillen van Tol Advocaten en Mediators

Wel gezag in Frankrijk en niet in Nederland?

Onze zoon is in 2017 in Nederland geboren en heb ik hem na zijn geboorte erkend. Daarna hebben wij een paar jaar in Frankrijk gewoond en inmiddels wonen we al weer twee jaar in Nederland. In Frankrijk mocht ik meebeslissen over onze zoon. Nu zijn we uit elkaar en ik word overal buiten gehouden. Mijn ex zegt dat ze in Nederland alleen gezag heeft. Hoe zit dat?

 

Toen uw zoon werd geboren, gold nog het oude recht. Volgens dat recht had moeder eenhoofdig gezag als er geen huwelijk was tussen ouders. Door de erkenning kreeg je toen nog geen gezag. Vervolgens zijn jullie naar Frankrijk verhuisd. Daar is dat anders geregeld. Volgens Frans recht hebben beide ouders gezag, ongeacht of zij met elkaar zijn gehuwd. Dat betekent dat jij volgens het Frans recht door de erkenning na de verhuizing naar Frankrijk samen met de moeder het gezag over jullie zoon hebt gekregen. Dat volgt uit het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. In dat verdrag is ook geregeld dat jij het gezag niet verliest wanneer jullie daarna weer naar Nederland terugverhuizen. De in Frankrijk ontstane gezagsrelatie wordt in Nederland erkend. Daar hoeft geen rechter een beslissing over te nemen. Bekend is dat instanties niet altijd op de hoogte zijn van deze regels. Daarom kan het handig zijn om een “verklaring voor recht” te vragen bij de rechtbank waarin staat dat jij van rechtswege mede belast bent met het ouderlijk gezag.

Ingrid Maste
Hillen van Tol Advocaten en Mediators

wie iets stelt moet deugdelijk bewijs leveren

Door: mr. Gérard Koopal, lid NVRA

Stel, je auto is smerig en je wilt hem laten wassen in een autowasstraat. Een alledaagse gebeurtenis die veel autobezitters ondergaan. Tenslotte wil je dat je voertuig er netjes uitziet en dat een wasstraat in zo’n geval een uitkomst biedt.

In onderstaande zaak reed een automobilist zijn heilige koe in goede, lees onbeschadigde staat, naar een wasstraat om deze een wasbeurt te laten geven.

Tot zijn schrik bleek de auto, na de wasbeurt, beschadigd te zijn.  Over de gehele motorkap, dak en ruiten, zaten overdwars krassen. Daarop stelde de eigenaar van de auto dat deze schade was ontstaan in de wasstraat. De autowasstraat stelde echter dat de auto al bekrast was voordat deze de wasstraat was ingereden. De eigenaar van de auto ging daarop, met behulp van zijn rechtsbijstandsverzekeraar, naar de rechter om zijn schade te verhalen.

De rechter bepaalde in een tussenvonnis dat beide partijen met getuigen en bewijzen moesten komen om hun standpunten te verduidelijken.

Beide partijen kwamen met getuigen die beweerden dat de auto respectievelijk schadevrij dan wel reeds bekrast was. De eigenaar van de auto had directe familieleden laten getuigen en een expertise rapport op laten maken over de staat van de schade. De wasstraat liet medewerkers getuigen en produceerde camerabeelden van de wasstraat tijdens het wassen van de betreffende auto waarop niet echt duidelijk te zien was dat er al krassen aanwezig waren. Een deskundige werd daarop geraadpleegd om het autowasproces uit te leggen, voornamelijk om te vertellen dat dergelijke krassen onmogelijk door de wasstraat konden zijn veroorzaakt.

De rechter oordeelde hierop dat de getuigen van de eigenaar van de auto niet geloofwaardig genoeg waren (onaannemelijk) ten opzichte van de getoonde camerabeelden en de getuigenis(sen) van de medewerker(s) van de wasstraat en de geraadpleegde expert. Er was een gebrek aan ondersteunend bewijs volgens de rechter.

(Het had aan de eigenaar van de auto gelegen om vooraf met een telefoon beelden te maken zodat de staat van de auto, voorafgaande aan de wasbeurt, was vastgesteld.)

Wie stelt dat hij schade heeft dat door een ander is veroorzaakt, en dat wil verhalen, moet dat met goed ondersteunend aannemelijk bewijs kunnen aantonen.

 

Tellen eerdere opeenvolgende arbeidsovereenkomsten mee voor de transitievergoeding?

Door: mr. Gérard Koopal, lid NVRA

 

Bij het ontslagrecht is wettelijk vastgelegd dat, indien de werkgever het ontslag aanzegt, of wegens ernstig verwijtbaar handelen door de werkgever de werknemer ontslag neemt, er een transitievergoeding verschuldigd is.

De Hoge Raad der Nederlanden, het hoogste rechtsorgaan in Nederland, deed in november 2025 een uitspraak (arrest) over een zaak die een werknemer had aangespannen wegens een geschil over de (berekening van de) transitievergoeding.

Deze werknemer had per 1 oktober 2017 zelf zijn betrekking opgezegd (ontslag genomen) en trad weer in dienst bij dezelfde werkgever in maart 2018.

Bij de kantonrechter wordt door de werkgever deze laatste arbeidsovereenkomst in 2023 ontbonden met het recht op een transitievergoeding. De werknemer kreeg alleen een transitievergoeding voor de periode van 2018 tot 2023 toegekend door de kantonrechter. De werknemer was het daar niet mee eens. Hij vond dat de periode van 2017 tot 2018 ook moest meetellen en gaat in hoger beroep bij het hof met uiteindelijk hetzelfde resultaat als bij de kantonrechter. Ten langen leste gaat de werknemer daarna in cassatie en komt deze zaak bij de Hoge Raad terecht.

De werknemer stelt het niet eens te zijn met de beschikkingen van de rechtbank en het Hof dat de eerdere periode (oktober 2017 tot maart 2018) niet meegeteld wordt in de berekening van de transitievergoeding. De werknemer meent dat deze eerdere periode ook moet meetellen voor de hoogte van de transitievergoeding bij de ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

De Hoge Raad (HR), bij monde van de Advocaat-Generaal, verwerpt het cassatieberoep. Een transitievergoeding is slechts verschuldigd als de overeenkomst is beëindigd op initiatief van de werkgever of dat dit door verwijtbaar handelen van de werkgever is beëindigd door de werknemer. Dat was hier niet het geval daar de werknemer zelf ontslag had genomen bij de éérste overeenkomst.

Een redelijke wetsuitleg geeft aan dat eerdere arbeidsovereenkomsten, beëindigd door de werknemer, zonder dat er verwijtbaar handelen door de werkgever is, niet mee tellen voor de hoogte van de transitievergoeding. Ook eerdere perioden bij meerdere werkgevers die geacht zijn elkaars opvolgers te zijn, tellen op deze grond (zelf ontslag nemen) niet mee voor de berekening van de transitievergoeding.

Vernietiging bij koop op afstand (webshop)

Door: mr. Gérard Koopal, lid NVRA

 

Iedereen die op internet koopt bij een Nederlandse webshop heeft het wettelijke “herroepingsrecht”. Dat wil zeggen dat een koper de koop binnen 14 dagen na ontvangst van de goederen deze mag retourneren en eventuele betalingen terug te krijgen. Helaas gaat dat niet altijd goed.

In dit geval hebben 9 mensen bij een webshop, die aan internationale dropshipping doet, iets gekocht maar konden het niet terugsturen wegens een gebrek aan adresgegevens. Een enkele koper die de goederen terugstuurde naar het Chinese adres, kreeg het retour weer terug. (“Dropshipping” is dat een webshop de goederen in China koopt en vanuit China direct naar de klanten laat toesturen.)

De consumenten eisten bij de kantonrechter dat de koop vernietigd zou worden waarmee zij hun geld terug konden krijgen.

De kantonrechter moet ambtshalve controleren op naleving van de voorschriften bij een consumentenkoop op afstand. In dit geval bleek dat de webshop diverse verplichtingen bij een koop op afstand voor consumenten niet had nageleefd. Zo was er geen retouradres bekend, er werd geen vermelding gedaan dat de gekochte goederen binnen 14 dagen retour konden worden verzonden en voldeed de “bestelknop” niet aan de eisen waardoor de consument niet wist dat dan ook betaald moest worden na het aanklikken. Tevens werden de kosten voor retournering niet vermeld. De webshop kon ook niet (meer) aantonen dat het bestelproces wel voldeed aan de eisen van artikel 230M lid 1 en 230v van boek 6 BW.

Daarmee stond vast dat de webshop essentiële eisen had geschonden voor deze koop op afstand voor consumenten waardoor de koop vernietigd kon worden.

Afd. bestuursrechtspraak soepeler dan rechtbank na postperikelen

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State toont zich in een recente uitspraak soepeler dan de rechtbank bij de beoordeling van de vraag of termijnoverschrijding vanwege niet (tijdig) ontvangen poststukken verschoonbaar is.
beeld: Depositphotos

In haar uitspraak van 15 oktober 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:4946) oordeelt de Afdeling dat de rechtbank de termijnoverschrijding van het door de golfvereniging ingestelde beroep ten onrechte niet verschoonbaar heeft geacht. De vereniging was in beroep gegaan tegen de afwijzende beslissing op haar subsidieaanvraag. Aan zijn oordeel had de rechtbank ten grondslag gelegd dat de vereniging haar beroep buiten de beroepstermijn heeft ingediend en zij niet aannemelijk heeft gemaakt geen afhaalbericht te hebben ontvangen van het bestreden besluit. Dat besluit was, nadat het als aangetekend poststuk niet in handen van de vereniging kon worden gesteld, overgebracht naar een PostNL-afhaalpunt.

De vereniging stelde ook in hoger beroep hiervan geen afhaalbericht te hebben ontvangen. De Afdeling overweegt dat als het interne systeem van het postvervoerbedrijf laat zien dat de bezorger het stuk op het juiste adres heeft uitgereikt of daar een zogenoemd afhaalbericht in de brievenbus heeft achtergelaten, dit het vermoeden rechtvaardigt dat het stuk op regelmatige wijze is aangeboden. Het ligt op de weg van een belanghebbende die stelt geen afhaalbericht te hebben ontvangen dit vermoeden te ontzenuwen. Hiervoor is niet vereist dat hij aannemelijk maakt dat het stuk niet is ontvangen of aangeboden; voldoende is dat belanghebbende feiten en omstandigheden aanvoert op grond waarvan redelijkerwijs kan worden betwijfeld of het stuk is ontvangen of aangeboden.

De Afdeling stelt vast dat de vereniging in dit verband heeft aangevoerd dat de postbezorging van PostNL tekortschiet en dat zij herhaaldelijk geen afhaalberichten van PostNL heeft ontvangen in de situatie dat een per aangetekende post verzonden poststuk niet aan haar kon worden aangereikt. Volgens de vereniging gebeurde dat ook met de poststukken van de rechtbank, zij het dat de vereniging die stukken op een later moment wel per gewone post heeft ontvangen. Ook stelt de vereniging het poststuk bij PostNL te hebben opgehaald, indien (wel) een afhaalbericht zou zijn achtergelaten. De Afdeling ziet geen aanleiding de vereniging niet te volgen in haar stelling dat zij geen afhaalbericht heeft ontvangen. In dit verband is onder meer van belang dat de vereniging gemotiveerd heeft uiteengezet dat zij hetzelfde probleem met de poststukken van de rechtbank heeft ervaren. Verder is van belang dat de vereniging zelf heeft gebeld om te informeren waar het besluit bleef.

Gelet hierop en gelet op de conclusie van staatsraad advocaat-generaal Wattel van 15 maart 2024 (ECLI:NL:PHR:2024:355) heeft de vereniging het aan de gegevens van PostNL ontleende vermoeden ontzenuwd. Daarom moet worden aangenomen dat het bestreden besluit niet op regelmatige wijze op het adres van de vereniging is aangeboden. Omdat de rechtbank het beroep van de vereniging binnen zes weken, nadat de vereniging alsnog van het besluit op de hoogte is gesteld, heeft ontvangen concludeert de Afdeling dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de vereniging verwijtbaar te laat beroep heeft ingesteld (vgl. de Afdelingsuitspraak van 2 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1406).

Een terechte beoordeling van de verschoonbaarheid van een termijnoverschrijding waarbij een belangrijke rol lijkt te hebben gespeeld dat de postbezorging door PostNL in algemene zin vaak tekortschiet. Ook het advies van AG Wattel tot een soepelere benadering op dit vlak heeft invloed gehad. Het is te hopen dat in dergelijke zaken een hoger beroep in de toekomst niet meer nodig is om dit resultaat te bereiken.

Retourzending niet ontvangen door verkoper

Door: mr. Gérard Koopal, lid NVRA

Wie heeft nog nooit iets retour gezonden na een koop op internet? Ik in ieder geval wel en tot nu toe ging dat altijd zonder problemen. In onderstaand geval ging dat behoorlijk mis en werd de klant voor de rechter gedaagd om alsnog te betalen.

Een vrouw koopt in de webshop van Zalando voor € 512,85 kleding die ook afgeleverd wordt. Mevrouw koopt als consument deze kleding en dus valt de koop onder de term: “consumentenkoop”. Een van de rechten, die hieruit voortvloeien, is dat de consument 14 dagen de tijd heeft om de bestelling te beoordelen na ontvangst en eventueel, zonder vragen te beantwoorden, binnen de 14 dagen het bestelde mag terugsturen.  Dit wordt “herroepingsrecht” genoemd. De vrouw heeft van dit recht gebruikt gemaakt, het pakket teruggestuurd maar het pakket is niet aangekomen bij Zalando.

De klant heeft het bedrag van de niet retour ontvangen kleding niet betaald en wordt daarom voor de rechter gedaagd door een opvolger van Zalando, genaamd Alektum, die de vordering overgedragen heeft gekregen (dit wordt “cedering” genoemd) en daardoor belang heeft gekregen op betaling van het bedrag. Deze opvolger eist volledige betaling van de bestelling maar de klant stelt dat zij de kleding keurig op tijd, binnen 14 dagen, en volgens de voorwaarden van Zalando heeft teruggezonden. Ze heeft zelfs het retourlabel van DHL gebruikt, dat Zalando verstrekt na aanmelding van een retour op de website,

De kantonrechter is van mening dat mevrouw niet hoeft te betalen en geeft haar volledig gelijk.

Mevrouw heeft van haar 14 dagen herroepingsrecht gebruik gemaakt en voldeed aan haar terugzendplicht. Zij heeft voor het tijdig terugsturen een retourlabel van DHL gebruikt dat door Zalando is verstrekt en dus volledig voldaan aan de eisen die daaraan zijn gesteld. De vrouw kon met bewijsstukken aantonen dat zij het pakket tijdig aan DHL had aangeboden.

Dat Zalando de kleding niet heeft ontvangen neemt niet weg dat mevrouw de kleding, volgens alle regels die daarvoor staan, heeft teruggestuurd. Het risico van niet ontvangen of verdwenen pakketten ligt derhalve bij de verkoper. De eiseres Alektum heeft bovendien in strijd met de waarheidsplicht gehandeld door het verweer van mevrouw in de dagvaarding achterwege te laten terwijl mevrouw dit meerdere keren aan eiseres heeft laten weten.

ontslag op staande voet voor wegnemen “weesfiets”

Door: mr. Gérard Koopal, lid NVRA

 

Een werkneemster neemt uit de fietsenstalling van een ziekenhuis een fiets weg die niet op slot stond  en het zadel en de standaard wiebelde, aldus de werkneemster. Volgens haar was het een “weesfiets”, oftewel een fiets die achtergelaten en verlaten was door iemand.

De “weesfiets” bleek echter van een bezoeker van het ziekenhuis te zijn die na het bezoek om zes uur ’s middags tot de ontdekking kwam dat zijn fiets weg was. Hij benaderde de bewaking van het ziekenhuis om, samen met de bewaking, de videobeelden te mogen bekijken. Hierop was te zien dat een medewerkster van het ziekenhuis eerst fietsend op haar eigen fiets de stalling verliet en drie kwartier later lopend terugkwam om de “weesfiets” weg te nemen.

De werkgeefster ging ervan uit dat de werkneemster een fiets gestolen had en, gezien haar verantwoordelijke functie, had moeten begrijpen dat dit niet kon.

De werkneemster stelde dat de fiets er verlaten en onverzorgd uitzag waardoor zij, ten onrechte, meende met een weesfiets te maken te hebben. Zij is voorstander van een circulaire economie en wilde de fiets opknappen waardoor deze een tweede leven zou hebben. De werkgever had hier geen begrip voor vanwege haar functie, verantwoordelijkheid en het verlies van vertrouwen en ontsloeg de werkneemster op staande voet.

De rechter was het eens met de werkgeefster. Deze meende dat het wegnemen van een fiets, zonder toestemming van de eigenaar, diefstal is. Uit de foto’s van de fiets was ook niet te zien dat het een slecht onderhouden fiets was, integendeel. Zij kon dus in alle redelijkheid niet de overtuiging hebben gehad dat het om een weesfiets ging. Er is echter geen sprake van een impulsieve ondoordachte daad zonder kwade bedoelingen.  Bovendien had de werkneemster ook een briefje op de fiets kunnen plakken of hangen en te wachten of de rechtmatige eigenaar zou reageren. Al dit had de werkneemster moeten begrijpen voordat zij tot haar actie overging.

Het ontslag op staande voet bleef intact.

vriendin van mijn ex op het schoolplein

Sinds onze scheiding hebben wij een co-ouderschap: week op week af. Ik hoorde dat de vriendin van mijn ex de kinderen op school ophaalt en dat ze ook naar de ouderavonden wil meekomen. Ze bemoeit zich ook al met hun huiswerk omdat zij parttime werkt. Daar zit ik helemaal niet op te wachten en wat moet zij met onze kinderen? Ik ken haar niet eens en kan ik daar wat tegen doen?

 

De ouder met gezag mag anderen vragen de kinderen te brengen of op te halen bij school, sport etc. Vaak zie je dat nieuwe partners dat doen of opa/oma. Als jij daar een probleem van maakt, zal vader zijn vriendin schriftelijk moeten machtigen, zodat school, sport etc. daar naar moet handelen en de kinderen moeten meegeven. Juridisch kan je daar niets tegen doen. Dat hoort bij het leven. Het is anders als de partner of opa/oma bij de tienminutengesprekken komt zitten. Daar worden privacygevoelige informatie over jullie kinderen besproken. Zonder toestemming van beide ouders, horen derde belangstellenden daar niet toegelaten te worden. Als deze vriendin echter ook de dagelijkse zorg over jullie kinderen heeft en helpt met schoolopdrachtjes in de “papaweken” heeft zij misschien meer zicht op hoe dat gaat dan vader zelf. En dan kan het wel in hun belang zijn dat zij bij die gesprekken aanwezig is. Maar zij en vader kunnen dat niet afdwingen. Feit is dat de vriendin een belangrijke rol in het leven van jullie kinderen heeft. Wellicht is het een idee om eens kennis te maken?

 

Hillen van Tol
Advocaten Mediators

Ingrid Maste

Minimum loon moet altijd giraal worden betaald

Door: mr. Gérard Koopal, lid NVRA

 

In het verleden werden lonen, middels het beroemde loonzakje, contant uitbetaald aan werknemers. Daarvoor was een goede reden: niet iedereen had een bankrekening waarop het salaris kon worden gestort. Bovendien was salaris destijds een “haalschuld”, dat wil zeggen dat een werknemer zelf zijn salaris moest afhalen bij zijn baas. (Dit in tegenstelling tot een “brengschuld” zoals huur of geldschulden.) Die tijden zijn inmiddels achterhaald. Bijna iedereen heeft tegenwoordig een bankrekening dus contante betaling van het salaris in een loonzakje is achterhaald alhoewel dat nog steeds mogelijk is onder bepaalde voorwaarden.

De vraag of het minimumloon van een werknemer contant kon worden betaald, speelde een rol bij de volgende zaak waarbij een volledig arbeidsongeschikte werknemer het salaris persoonlijk moest afhalen op het bedrijf, omdat de werkgever het niet over wou maken op de bankrekening wegens verrekeningen en tegenvorderingen. De werknemer vorderde daarom bij voorlopige voorziening het volledige salaris giraal over te maken en eiste de wettelijke verhoging van 50%. (Indien er te laat wordt betaald, is er een wettelijke regeling dat er een boete volgt die staffelt, hoe langer niet betaald hoe hoger het percentage. Het maximum is 50 % verhoging en de wettelijke rente daarover. Zie ook: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/arbeidsovereenkomst-en-cao/vraag-en-antwoord/wanneer-betaalt-mijn-werkgever-mijn-loon).

 

De kantonrechter oordeelde dat de werkgever niet gerechtigd was om verrekeningen toe te passen omdat de werknemer tijdens zijn ziekte minder dan het minimumloon verdiende en het minimumloon niet vatbaar is voor verrekening, voor zover er al sprake is van tegenvorderingen.

Ook stelt de kantonrechter duidelijk dat het minimumloon altijd giraal moet worden overgemaakt. Ook het standpunt van de werkgever dat de werknemer tijdens zijn ziekte het salaris contant op het bedrijf moet afhalen vindt de kantonrechter nonsens. De kantonrechter meent dat dit alleen gedaan is om de werknemer tijdens zijn ziekte op het bedrijf te laten komen.

De kantonrechter veroordeelde de werkgever om het salaris per bancaire overschrijving volledig te voldoen, zonder verrekeningen, en tevens diende de werkgever de wettelijke verhoging van 50% te betalen aan werknemer.