Lintje voor twee Wetswinkel vrijwilligers

Op vrijdag 3 juli 2020 werden Gérard Koopal en Paul de Wit door burgemeester Franc Weerwind benoemd tot respectievelijk Lid en Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Gérard Koopal:
Door Franc Weerwind geroemd om zijn jarenlange (vanaf 1965) inzet voor de Wetswinkel. Maar ook de altijd kennis overdragende persoon, waardoor Gérard wordt gezien als de nestor binnen de Wetswinkel. En dat hij daarnaast ook nog tijd heeft om in diverse besturen te zitten, waaronder de Nederlandse Vereniging Rechtskundige Adviseurs, het college van toezicht van de NVRA en Vereniging Experimenteel Radio Onderzoek Nederland (VERON). Gérard vertelde een leuke anekdote dat, toen onze Koning trouwde met Maxima, hij een sjaal heeft toegestuurd naar de radiostudio in Argentinië en die hangt daar nog steeds… 
Het was daarom dat het de Koning heeft behaagd Gérard te benoemen tot Lid in de Orde van Oranje Nassau.
Paul de Wit:
Burgemeester Franc Weerwind startte de Lintjesregen met Paul. De burgemeester zag de sterretjes in de ogen
van Paul, waarop deze beaamde ontzettend trots te zijn. Hetgeen werd beaamd door Elly, de vrouw van Paul.
Zij gaf aan dat sinds 24 april Paul trots als een pauw “rondloopt”.
Op de vraag hoe het toch zat met Paul’s dienstverband bij de Gemeente Almere antwoordde hij “Laten we het
erop houden dat de visie over hoe het werk gedaan moest worden niet met elkaar overeenkwam”. Franc complimenteerde hem vervolgens met zijn politiek correcte antwoord.
Het was door Paul’s lange Wetswinkelloopbaan als schuldhulpbegeleider
dat het de Koning heeft behaagd hem te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.
De Wetswinkel is trots op beide vrijwilligers die inmiddels enorm veel Almeerders in
(financiële) nood hebben kunnen helpen!

Experian registratie: schending privacy?

Velen kennen de BKR-registratie (“Bureau Krediet Registratie”) en weten welke consequenties een registratie in het BKR register heeft. Minder bekend is Experian. Dit is een organisatie die, onder meer “negatieve betaalervaringen” registreert. Dit doet zij in opdracht van bedrijven, waaronder incassobureaus. Onlangs werden wij geconfronteerd met de gevolgen van zo’n registratie. Gevolgen die onder andere de privacy van de klant raken.

Casus
Onze klant reageerde via Woningnet op een studentenwoning bij een bekende makelaardij in Almere. Kort na inschrijving ontving de klant bericht dat zijn aanvraag niet in behandeling zou worden genomen omdat er een registratie lag bij Experian. De makelaar gaf te kennen dat klant niet meer hoefde te reageren op kamers/woningen zolang de registratie bleef staan.

Het bleek dat onze klant onder bewind staat. Bewind houdt in dat de betrokken persoon zonder toestemming van de bewindvoerder geen (financiële) verplichtingen mag aangaan. Bewind wordt geregistreerd in het curatele- en bewindregister. Het register is openbaar zodat leveranciers dit register kunnen inzien. Dat geeft de leverancier de mogelijkheid geregistreerde klanten te kunnen weigeren als die geen toestemming van hun bewindvoerder hebben. Als de leverancier toch zaken doet, heeft de bewindvoerder het recht dit terug te draaien met een beroep op de registratie. De leverancier moet dan het betaalde bedrag terugstorten.

Onze klant bestelde eerder producten bij twee webshops zonder de vereiste toestemming van de bewindvoerder. De aankoopbedragen, inclusief de boetes voor te late betaling, werden door de bewindvoerder betaald. Dat deed hij pas nadat het Centraal Invorderings Bureau (“CIB”) de vordering bij hem had ingediend. Het CIB is een incassobureau, dat was ingeschakeld door de betreffende webshops. Verder blijkt dat het CIB melding heeft gedaan bij Experian.

De vraag: schending privacy?

De vraag is nu of het CIB dit had mogen doen of daarmee de privacy van onze klant heeft geschonden.

 

Het antwoord.

Het CIB wijst op haar privacy statement, waarmee de klant heeft ingestemd. Daarmee stemt hij ook (indirect) in met het registreren bij Experian. Die instemming zorgt er voor dat er dan ook geen sprake kan zijn van schending van de privacy. Het CIB vindt dan ook dat vermelding in het “register negatieve betaalervaringen” terecht heeft plaatsgevonden.

Bovendien blijkt uit ervaring, volgens het CIB, dat dit betaalgedrag vaak niet eenmalig is. Dat risico weegt op tegen de privacy van klant.

Wat verder? Het CIB geeft overigens wel toe dat de bestellingen nooit geleverd hadden mogen worden. De klant stond immers al geregistreerd in het curatele- en bewindregister. Het is wel zo dat de aankopen door de bewindvoerder zijn bekrachtigd door deze te betalen. Dat wil zeggen dat de aankopen alsnog rechtsgeldig tot stand zijn gekomen. Het CIB heeft daarom Experian (om coulance redenen) opgedragen de registratie te verwijderen.

Conclusie

Volgens de huidige privacywetgeving mogen uw persoonsgegevens, zoals uw naam en adres, rekeningnummer en dergelijke nooit zonder uw toestemming met derden worden gedeeld. In dit geval was de vereiste toestemming wel gegeven door verwijzing naar het toepasselijke privacy statement.

Dat is dus niet altijd gelijk duidelijk. Lees daarom altijd goed de documentatie door. Als het niet duidelijk is, vraag dan gerust om (gratis) advies bij de Wetswinkel Almere.

 

Hans Oomen
Cliënt begeleider Stichting Wetswinkel Almere

Een pro forma bezwaarschrift

Op het telefonische spreekuur meldt zich een klant die een brief van de gemeente heeft ontvangen. Daarin staat dat de gemeente zijn verzoek tot kwijtschelding van gemeentelijke belastingen afwijst. De klant wil weten of het zin heeft om bezwaar te maken. Er is haast bij want de bezwaartermijn verloopt de volgende dag al. Dat is (te) kort dag voor ons om de klant goed te kunnen adviseren. We raden hem dan ook aan om een pro forma bezwaarschrift te sturen aan de gemeente. Met een pro forma bezwaarschrift teken je formeel bezwaar aan maar geef je nog geen inhoudelijke argumenten. Daarvoor vraag je een nadere termijn. Zo stel je de bezwaartermijn veilig en creëer je meer tijd om je bezwaar deugdelijk te motiveren.

Voor dat pro forma bezwaarschrift sturen we de klant meteen een concept toe, zodat hij diezelfde dag nog bezwaar kan maken. Hiermee is de druk van de ketel. We spreken af dat de klant ons nog wat aanvullende stukken stuurt en dat wij daarna weer contact met hem opnemen om hem verder te adviseren.

De bezwaarschriftenprocedure is geregeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In artikel 6:5 Awb is opgenomen aan welke eisen een bezwaarschrift moet voldoen. Zo moet een bezwaarschrift onder andere de gronden van het bezwaar bevatten. Als daaraan niet is voldaan kan het bezwaar niet ontvankelijk worden verklaard. De indiener van het bezwaarschrift krijgt volgens artikel 6:6 Awb echter eerst de gelegenheid het verzuim binnen een bepaalde termijn te herstellen. Daarop is het pro forma bezwaarschrift gebaseerd.

Huurwoning: oplevering in oude staat

Mag de verhuurder kosten in rekening brengen om de woning in de oude staat te brengen?

Bij de wetswinkel komen regelmatig vragen binnen over de oplevering van een huurwoning waarvan de huur is opgezegd. De huurder dient de woning in de oude staat terug te brengen. In “de oude staat” betekent dat de woning er uit moet zien zoals deze was toen de huur inging. Indien dat niet het geval is dan doet de verhuurder dat en kunnen de kosten hiervoor in rekening worden gebracht bij de vertrekkende huurder.

In het ideale geval wordt ruimschoots voor de oplevering/verhuizing/opzegging contact door de verhuurder opgenomen om een voorcontrole te houden in het pand. Hierbij komt iemand van de verhuurder langs om te kijken of er door de vertrekkende huurder dingen zijn aangebracht, veranderd of vernield. Er wordt een rapport opgemaakt waarin precies staat wat de vertrekkende huurder nog moet doen om de woning in de oude staat terug te brengen. Voor het einde van de huurtermijn komt er nogmaals iemand langs om te kijken of de vertrekkende huurder alle dingen op het rapport naar tevredenheid van de verhuurder heeft uitgevoerd. Echter, dat laatste is niet altijd het geval en dan hangt het er van af wie gelijk krijgt.

Daarbij komt dat sommige huurders menen dat de veranderingen die door hen zijn aangebracht, een woning aantrekkelijker maken. Neem bijvoorbeeld een mooie vloer. Als de volgende huurder die wil overnemen dan kan die blijven liggen. Als dat niet het geval is, er is bijvoorbeeld nog geen nieuwe huurder gevonden, dan moet de vloer er uit gehaald worden. (Overigens, indien de nieuwe huurder de vloer wel overneemt, neemt deze nieuwe huurder daarbij de plicht over van de oude huurder de veranderingen te verwijderen indien deze niet door de verhuurder zijn goedgekeurd!) Zo zijn er wel meer dingen waarover de huurder en verhuurder van mening kunnen verschillen. Neem bijvoorbeeld gebruikelijke slijtage van de keuken of badkamer. Normale slijtage of ouderdom mag nooit op de huurder worden verhaald want dat hoort voor de verhuurder te zijn. Het wordt anders als er vernielingen of schade aan of in het huis worden geconstateerd die voor rekening van de huurder komen.

Wat is nu wijsheid in deze. Eigenlijk begint het al met het betrekken van een nieuwe huurwoning. Maak foto’s van de woning voordat je er in trekt. Met name overnames van, en schade door, de vorige huurder moeten door de verhuurder worden goedgekeurd, het liefst schriftelijk. Als je dan later de huur opzegt dan komen deze kosten niet voor jou rekening. Hetzelfde doe je voordat je de woning verlaat. Neem foto’s en getuigen mee. Als je de woning terug geeft aan de verhuurder, zorg dan in ieder geval dat de woning (veeg)schoon is. Met name keuken en sanitair worden altijd gecontroleerd. Laat je dat achterwege dan kunnen de (schoonmaak)kosten voor jou rekening komen.

 

Mr. Gérard Koopal

Senior intaker Wetswinkel Almere

Geschonken geld bij scheiding terug?

Tijdens ons huwelijk heb ik geld van mijn ouders ontvangen met een uitsluitingsclausule. Dit geld is toen op de gemeenschappelijke bankrekening overgemaakt. We gaan nu scheiden en ik wil mijn schenking terug. Heb ik daar recht op?

 

Over dit soort zaken zijn veel procedures gevoerd. De Hoge Raad heeft hier vorig jaar het volgende over gezegd. Als je geld onder uitsluitingsclausule hebt gekregen, heb jij recht op vergoeding van jullie gemeenschap. Ook als de schenking op de en/of rekening is gestort en op is, maakt dat niet anders. Alleen als aangetoond wordt dat jij het geld voor jouw privézaken hebt uitgegeven is er geen recht op vergoeding. Een privéuitgave kan bijvoorbeeld zijn een vakantie van jou alleen. Er is ook geen recht op vergoeding als jij het geld hebt geschonken of gezegd hebt dat jij de vakantie voor het gezin wel betaalt als cadeautje. Maar als het geld er nog is, of als het (deels) is uitgegeven aan de gezinsvakanties, een nieuw bankstel voor het gezin, de hypotheek of de boodschappen en er geen duidelijke afspraak was dat het een cadeautje was, dan heb jij recht op vergoeding.

Het ligt op jouw weg te bewijzen dat jij een schenking onder uitsluitingsclausule hebt ontvangen. En het is dan eventueel aan jouw echtgenoot te bewijzen dat jij die hebt besteed aan privézaken.

Ingrid Maste
Hillen van Tol advocatuur en mediation

Mag ik een e-book doorverkopen na het gelezen te hebben?

Iedereen die een e-reader (of een ander apparaat) heeft om digitale boeken te kunnen lezen, download zijn boeken digitaal van (hopelijk)een legale downloadsite.

Na het boek gelezen te hebben vraagt de buurvrouw of deze het ook mag lezen en of jij een kopie kunt maken zodat zij deze ook op haar e-reader kan lezen. Of je wilt het e-boek op marktplaats verkopen.

De vraag is dan of je dat mag. Alhoewel de meeste mensen geneigd zijn om hierop ja te zeggen, jij hebt het tenslotte toch gekocht, ligt dit juridisch iets moelijker.

Waar het om gaat is de overeenkomst die jij als klant/koper met de maker/aanbieder van de software hebt gesloten. (Een e-boek is tenslotte software, net als de gekochte en gedownloade muziek op je pc / tablet of mobieltje.) De meeste software wordt namelijk nooit eigendom van de koper. Als koper ben je meestal eigenlijk alleen maar “gebruiker” en geen eigenaar.

Dat je geen e-boeken mag doorverkopen bleek uit een uitspraak van het hoogste gerechtshof van Europa. Hierin werd duidelijk gesteld dat je als “gebruiker” geen (door)verkooprechten hebt van de aangeschafte e-boeken. Als gebruiker mag je alleen het boek lezen, verwijderen en verder niets. Jammer dus voor de buurvrouw die graag een kopie wil hebben. Hetzelfde geldt voor de meeste software waarbij in de algemene voorwaarden gesteld wordt dat je het maar op één apparaat mag downloaden en dat je geen eigendom verkrijgt! Door de software te installeren en te gebruiken, ga je akkoord met deze voorwaarden.

Dus de vraag of je eigenaar wordt van software, zoals een e-boek, kan eigenlijk met “nee” worden beantwoord. Het maakt niet uit waar de e-boeken zijn gekocht, elke downloadsite hanteert bepaalde regels ten aanzien van de download en gebruik.

Gérard Koopal
Senior intaker

Covid-19 en de onzekerheid

Het Corona virus, raakt veel aspecten van ons dagelijks leven. Denk maar aan de lockdown, de kans om ziek te worden en de aanpassingen aan onze dagelijkse leven. Het kan haast niet anders dan dat het ook de economie raakt. Wat kan dat betekenen voor onze klanten?

Op ons telefonisch spreekuur meldde zich een bezorgde klant. De klant had eind vorig jaar een appartement gekocht en de bouw moest nog starten toen hij een brief van de bouwer kreeg. Kort daarna kondigde de werkgever van de klant aan te gaan reorganiseren.

 

Voor de klant bracht dit een hoop onzekerheid met zich mee. Immers, wat als de bouwer failliet zou gaan of hij zijn baan zou verliezen. Dat zou grote (financiële) gevolgen voor hem hebben, zeker omdat hij een EU-ingezetene was, maar niet de Nederlandse nationaliteit heeft. Het liefst zou hij de koopovereenkomst ontbinden, zodat hij die last niet meer had. Welke opties had hij?

De overeenkomst bevatte geen bepaling die ontbinding mogelijk maakte zonder een hoge boete te betalen. Een dergelijke gebeurtenis als het corona-virus en de gevolgen daarvan kon niemand voorzien en raakt ook iedereen, niet alleen de contractspartijen. Is dat dan niet een zogenaamde force majeur? Misschien wel, maar de bouwer was voornemens de bouw gewoon te starten, maar waarschuwde alleen dat de bouw wat langer zou kunnen duren door eventueel te nemen beschermende bepalingen.

De door de overheid aangekondigde economische steunmaatregelen beoogden ook de economie zoveel mogelijk aan de gang te houden. Een ontbinding op eigen verzoek op grond van wat mogelijk kan gebeuren vormt geen sterk uitgangspunt. Bovendien kan bij een eventueel faillissement van de aannemer de bouw wellicht worden afgemaakt door een collega bouwer of wordt een schadebedrag uitgekeerd, afhankelijk van de fase waarin de bouw verkeerd. De bouwer was namelijk aangesloten bij het Garantiefonds.

Daarnaast maken de economische steunmaatregelen van de regering het voor in aanmerking komende werkgevers mogelijk om de lonen door te betalen. De werkgever van de klant had de steun aangevraagd en gekregen. Ontslag aanvragen binnen die periode van steun, zal niet direct kunnen rekenen op toestemming tot ontslag door het UWV.

De organisatie waar de klant werkzaam is heeft een Ondernemingsraad. Een grote reorganisatie, waarbij massa-ontslag aan de orde is, wordt ook voorgelegd aan de OR voor advies. Naar willekeur mensen ontslaan, kan dus niet zomaar. Dat is met voorwaarden en (procedurele) waarborgen omkleed.

Hoewel wij niet alle onzekerheid konden wegnemen, gaf ons advies de klant wel meer rust. Het kunnen aangeven wat de mogelijke gevolgen zijn en hoe hier op te reageren, nemen in elk geval een stukje onzekerheid weg. Het stelt de klant in staat zich voor te bereiden op mogelijk gevolgen.

Aansprakelijkheid bij medische hulpmiddelen

Artsen en ziekenhuizen maken bij de uitvoering van medische behandelingen vaak gebruik van medische hulpzaken. Bijvoorbeeld knie -en heupprothesen of diverse implantaten zoals pacemakers. Medische hulpzaken kunnen de gezondheid van patiënten verbeteren. Als zij echter ongeschikt blijken te zijn om de patiënt beter te maken, dan kan het gebruik tot ernstige gezondheidsschade leiden.

In zo’n geval is de arts of het ziekenhuis daar misschien wel aansprakelijk voor. Het kan ook zijn dat de producent van de hulpzaak aansprakelijk is, bijvoorbeeld omdat het om een gebrekkig product gaan. Dat is zo als de zaak bijvoorbeeld niet de veiligheid biedt die je zou mogen verwachten. Er moet dan wel een verband zijn tussen de gezondheidsschade en het gebrekkige product. Is dat zo, dan kan de producent in beginsel aansprakelijk worden gehouden. Dat is niet 100% zeker, want hij kan zich misschien wel beroepen op uitzonderingen die de wet hem biedt.

Misschien is anders de behandeld arts wel aansprakelijk. Dat kan bijvoorbeeld als hij bij de behandeling gebruik heeft gemaakt van een ongeschikt product en daardoor gezondheidsschade ontstaat. Hij is niet aansprakelijk als hij kan aantonen dat het niet redelijk is om hem aan te spreken voor de schade. Het wel of niet redelijk zijn daarvan hangt bijvoorbeeld af of de arts vrij was om de hulpzaak te kiezen. Een afweging van (onder andere) deze omstandigheden zal uiteindelijk bepalen of toerekening van de aansprakelijkheid wel of niet onredelijk is.

Proceskosten

Mijn echtgenote heeft gezegd te willen scheiden. Voor mij hoeft dat niet. Na 37 jaar huwelijk is het toch logisch dat er minder uitdagingen zijn? Moet ik nu ook een advocaat inschakelen, met alle kosten van dien? Kan ik de rechter vragen dat zij die advocaatkosten moet betalen?

 

Gebruikelijk is dat de rechter de “verliezende partij” in de proceskosten veroordeeld. Maar in het familierecht is dat zeer uitzonderlijk en draagt iedere partij bijna altijd de eigen kosten. Dat zijn in ieder geval de advocaatkosten als het griffierecht. Een echtscheiding vormt daarop geen uitzondering. Het aanvragen van een scheiding wordt in veruit de meeste gevallen toegewezen. Uitzondering kan zijn dat uw echtgenote wilsonbekwaam is en daarvan is zelden sprake in dit soort procedures. En in zeer incidentele gevallen wordt een verzoek afgewezen omdat het niet of niet voldoende is onderbouwd. Bij een echtscheiding is het al voldoende als uw echtgenote stelt dat het huwelijks duurzaam is ontwricht. Bewijs is niet nodig. Als uw echtgenote de scheiding aanvraagt en u bent het eens met wat zij vraagt, hebt u geen advocaat nodig. Maar als zij de rechtbank om naast de echtscheiding ook andere beslissingen te nemen, zoals partneralimentatie, verdeling van de boedel of alleengebruik van de echtelijke woning, dan is het verstandig om uw belangen door een advocaat te laten behartigen. Om een lange en vaak prijzige procedure te voorkomen, kan u ook samen voor mediation kiezen. Op de website verder-online.nl kan u hierover meer informatie vinden. Ook in dat geval draagt u samen de (vaak lagere) kosten.

Ingrid Maste
Hillen van Tol advocatuur en mediation

Aansprakelijkheid voor ongeschikte medische hulpzaken

Artsen en ziekenhuizen maken bij de uitvoering van medische behandelingen veelvuldig gebruik van medische hulpzaken. Onder medische hulpzaken kunnen verscheidene producten worden verstaan die gebruikt worden voor preventieve, diagnostische of therapeutische doeleinden. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan knie -en heupprothesen en diverse implantaten zoals pacemakers, defibrillatoren en bekkenbodemmatjes. Medische hulpzaken kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de gezondheid van patiënten, maar als de hulpzaken ongeschikt blijken te zijn dan kan het gebruik hiervan tot ernstige gezondheidsschade lijden. Een medische hulpzaak kan als ongeschikt worden aangemerkt als de hulpzaak als middel ongeschikt is om het doel te bereiken dat met de medische behandeling is beoogd.

 

Een patiënt die gezondheidsschade heeft geleden als gevolg van een ongeschikte medische hulpzaak zou zijn schade mogelijk kunnen verhalen op de hulpverlener en/of op de producent van de hulpzaak. Om de producent aansprakelijk te kunnen houden, dient er sprake te zijn van een gebrekkig product (een medische hulpzaak zou als gebrekkig kunnen worden aangemerkt, indien de zaak niet de veiligheid biedt die men daarvan kan verwachten). Daarnaast is vereist dat er sprake is van schade en een oorzakelijk verband tussen het gebrek en de schade. Als aan bovengenoemde voorwaarden is voldaan, dan kan de producent in beginsel aansprakelijk worden gehouden. Wel zou producent zich mogelijk nog van aansprakelijkheid kunnen bevrijden door een beroep te doen op een van de bevrijdende verweren die de wet hem toekent.

 

Verder bestaat ook de mogelijkheid om de hulpverlener aansprakelijk te houden. Wanneer een hulpverlener bij de uitvoering van een medische behandeling gebruik heeft gemaakt van een hulpzaak die ongeschikt is, dan kan de hulpverlener aansprakelijk worden gehouden voor de tekortkoming die daardoor ontstaat. Wel zou de hulpverlener zich van aansprakelijkheid kunnen bevrijden door te beargumenteren dat het onredelijk zou zijn om de tekortkoming aan hem toe te rekenen. Bij de vraag of toerekening wel of niet onredelijk zou zijn, kunnen verschillende omstandigheden een rol spelen. Hierbij zou men bijvoorbeeld kunnen denken aan de mate waarin een hulpverlener keuzevrijheid heeft gehad bij het maken van zijn keuze voor de medische hulpzaak, de deskundigheid van de hulpverlener, de verhaalsmogelijkheden van de hulpverlener (heeft de hulpverlener de mogelijkheid om de schade te verhalen op een verzekering of bijvoorbeeld op de producent), de mate waarin de hulpverlener profijt heeft gehad van de hulpzaak. Een afweging van (onder andere) de bovengenoemde omstandigheden zal uiteindelijk moeten leiden tot een oordeel of toerekening wel of niet onredelijk is. Als blijkt dat toerekening niet onredelijk zou zijn, kan de hulpverlener aansprakelijk worden gehouden.