Conceptwetsvoorstel ‘Kind, draagmoederschap en afstamming’

Voor stellen die wel een kinderwens hebben, maar deze niet op natuurlijke wijze kunnen vervullen, kan draagmoederschap een uitkomst bieden. Draagmoederschap is het fenomeen waarbij een vrouw een kind draagt met de intentie het kind na de geboorte af te staan aan de wensouders. In Nederland wordt draagmoederschap aangeboden door de ziekenhuizen VUmc en NIJ Geertgen, maar er is geen specifieke regelgeving op van toepassing. Om het juridisch ouderschap bij de wensouders te krijgen zullen de wensouders gebruik moeten maken van de algemene regels van het Nederlandse afstammingrecht.

Draagmoederschap is dus een fenomeen dat in de maatschappij voorkomt. Op dit moment hanteert de overheid een ontmoedigingsbeleid, maar wil daar verandering in brengen. De overheid heeft op 12 juli 2019 het conceptwetsvoorstel ‘Kind, draagmoederschap en afstamming’ gepubliceerd. De internetconsultatiefase liep van 24 april 2020 tot 22 mei 2020.

Met het conceptwetsvoorstel ‘Kind, draagmoederschap en afstamming’ wil de overheid verantwoord draagmoederschap reguleren. Het beleid zal er nog steeds op gericht zijn om commercieel draagmoederschap tegen te gaan. Het conceptwetsvoorstel bevat:

  • een regeling voor ouderschap na draagmoederschap binnen Nederland;
  • een regeling voor de erkenning van ouderschap na draagmoederschap uit het buitenland;
  • het verbod van kinderkoop in binnen- en buitenland;
  • versterking van het recht op afstammingsinformatie.

Het wetsvoorstel maakt het mogelijk dat de wensouders de juridische ouders worden van het kindje dat uit een draagmoeder wordt geboren. Om als wensouders na de geboorte van het kind het juridisch ouderschap te verkrijgen, moet het draagmoederschapstraject vóór de conceptie door de rechter getoetst worden en de rechter moet toestemming geven. De wensouders en de draagmoeder met eventuele partner moeten voor het verzoek tot toestemming voorlichting en counseling hebben gevolgd. Na het volgen van voorlichting en counseling door de wensouders en de draagmoeder met eventuele partner wordt het draagmoederschapstraject getoetst door de rechter. De rechter toetst onder andere de vergoeding aan de draagmoeder, of er een draagmoederschapsovereenkomst is, of er een genetische band is tussen het kind en ten minste één wensouder, tenzij dit onmogelijk is en of het draagmoederschap in het belang van het kind is.

Indien de wensouders gebruikmaken van draagmoederschap in het buitenland kunnen de wensouders ook het juridisch ouderschap verkrijgen. In beginsel moet een buitenlandse geboorteakte na draagmoederschap voor erkenning door de Nederlandse rechter beoordeeld worden. In bepaalde gevallen kan een buitenlandse geboorteakte voor eenvoudige erkenning (van rechtswege erkenning) in aanmerking komen. Eenvoudige erkenning is mogelijk indien er een genetische band is tussen het kind en ten minste één wensouders, de afstammingsgegevens voor het kind achterhaalbaar zijn of binnen redelijke termijn achterhaalbaar worden, de buitenlandse geboorteakte van het kind dat geboren is via een draagmoeder door een buitenlandse rechter is beoordeelt en de draagmoeder na de geboorte van het kind de mogelijk heeft om de beslissing te herroepen indien de wensouders het juridisch ouderschap vóór de geboorte verkregen hebben.

 

Stichting Wetswinkel Almere
Vroni Uiterwijk Winkel

Meer werken of partneralimentatie

Omdat de kinderen naar de middelbare school gaan, ben ik van 12 naar 24 uur werken gegaan. Maar nu we gaan scheiden vindt mijn ex dat ik nog meer moet werken. Maar waarom zou ik meer werken als ik partneralimentatie kan vragen?

 

Partneralimentatie is een medaille met twee kanten: behoefte en draagkracht. Uitgangspunt is dat je zelf in eigen levensonderhoud moet voorzien. En de hoogte daarvan sluit aan bij wat je in het huwelijk bent gewend. We noemen dat de “huwelijksgerelateerde behoefte”. Van jou mag worden verlangd en verwacht dat jij je tot het uiterste inspant om zoveel mogelijk in die behoefte te voorzien. Hierbij wordt natuurlijk wel gekeken tot hoever die inspanningsverplichting gaat. Dat is onder meer afhankelijk van de leeftijd van de kinderen en of je al dan niet (gedeeltelijk) afgekeurd bent voor werk. Als de kinderen op de middelbare school zitten kan in het algemeen verlangd worden dat je meer uren werkt dan wanneer zij in de onderbouw van de basisschool zitten en meer zorg nodig hebben. En pas als je je uiterste best hebt gedaan en je verdient niet genoeg, dan pas wordt er gekeken of je ex dat bedrag waaraan jij nog behoefte hebt ook kan betalen. Partneralimentatie is dus in jouw geval geen vanzelfsprekendheid.

 

Ingrid Maste

Hillen van Tol

Advocatuur Mediation

Kind wil niks met vader te maken hebben, reden tot stopzetten alimentatie?

Het zal niet de eerste keer zijn dat een kind na een echtscheiding zich meer tot één van de ouders trekt. Bijvoorbeeld omdat het kind het de andere ouder kwalijk neemt dat de scheiding heeft plaatsgevonden. We kennen allemaal de verplichting tot het betaling van alimentatie, maar blijft die verplichting ook staan wanneer een kind niks met de alimentatieplichtige te maken wil hebben?

De rechter is hier kort over. In een recente uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is geoordeeld dat het feit dat een kind geen contact wil met de alimentatieplichtige niet af doet aan deze verplichting.

In de zaak van een jongmeerderjarige tegen haar vader had de vader aangevoerd dat van hem niet kon worden verwacht dat hij alimentatie zou betalen omdat de dochter er bewust voor kiest om geen contact met de man te hebben. De dochter in kwestie wil geen contact met de man en wil zich losmaken van hem en niets meer met hem te maken hebben. De man doet hiermee een beroep op hetgeen bepaald in artikel 1:399 van ons Burgerlijk Wetboek. In dit artikel staat de mogelijkheid opgenomen voor de rechter om de alimentatieverplichting te matigen op grond van zodanige gedragingen van het kind, dat verstrekking van levensonderhoud naar redelijkheid niet of niet ten volle kan worden gevergd.

Het hof kwam tot het oordeel dat de man onvoldoende heeft geconcretiseerd welke gedragingen van de jongmeerderjarige dochter ertoe zouden leiden dat de man niet redelijkerwijs meer verplicht kan zijn om een bijdrage aan de dochter te betalen. Het enkele feit dat de dochter ervoor kiest om geen contact met de man te hebben is naar het oordeel van het hof daarvoor onvoldoende.

Gerechtshof Arnhem – Leeuwarden 25 juli 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:6210

ontbinding arbeidsovereenkomst wegens bedrog werknemer

Door Palthe Oberman Advocaten

Werknemer heeft in november 2016 gesolliciteerd naar de functie van Psychotherapeut en is hiervoor ook aangenomen. Op een gegeven moment is bij werkgever het vermoeden ontstaan dat werknemer onjuiste informatie over zijn werkervaring, de door hem gevolgde opleidingen en zijn lidmaatschap van diverse verenigingen in zijn CV heeft vermeld. Dit vermoeden werd vervolgens bevestigd door de vermeende oud-werkgever. Ook de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna: IGJ) bevestigde dat de werknemer nooit in het BIG-register ingeschreven is geweest.

De werkgever besloot daarop de arbeidsovereenkomst van werknemer wegens bedrog te vernietigen en het aan hem betaalde salaris terug te vorderen. Het is aan het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden om in het licht van de beschikking van de Hoge Raad  van 7 februari 2020 te beoordelen:

  1. Of het beroep van werkgeefster op (buitengerechtelijke) vernietiging van de arbeidsovereenkomst wegens bedrog slaagt, en zo ja,
  2. Wat dit betekent voor de reeds ingetreden gevolgen van de arbeidsovereenkomst.

Beschikking Hoge Raad

De beschikking van de Hoge Raad op 7 februari 2020 maakt onder meer duidelijk dat bedrog aanwezig is als de werknemer opzettelijk onjuiste mededelingen heeft gedaan of opzettelijk feiten voor de werkgever heeft verzwegen. Onder dergelijke omstandigheden kan de werkgever zich beroepen op de (buitengerechtelijke) vernietiging van de arbeidsovereenkomst. Het ontslagrecht staat daar niet aan in de weg, omdat dat niet strekt tot bescherming van een werknemer die bedrog pleegt bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst.

Oordeel Gerechtshof

1)    Slaagt het beroep van werkgeefster op (buitengerechtelijke) vernietiging van de arbeidsovereenkomst wegens bedrog?

Volgens het Gerechtshof is in dit geval de conclusie gerechtvaardigd dat sprake is van bedrog aan de zijn van de werknemer. De werknemer heeft willens en wetens onjuiste mededelingen gedaan en hiermee ervoor gezorgd dat de werkgever hem een arbeidsovereenkomst aanbood. Onder dergelijke omstandigheden is het mogelijk de arbeidsovereenkomst te vernietigen.

2)    Wat betekent dit voor de reeds ingetreden gevolgen van de arbeidsovereenkomst?

De werknemer heeft in dit geval zonder grond loon ontvangen en moet dit daarom aan de werkgever terugbetalen. Volgens het gerechtshof is er verder geen enkele grond om een vergoeding aan de werknemer toe te kennen. Werkgever is namelijk niet verrijkt door de prestaties van de werknemer. De werknemer heeft patiënten behandeld, terwijl hij daartoe onbevoegd was. Hiermee heeft werknemer al ten onrechte professioneel vertrouwen genoten en is er ook geen reden om werknemer hiervoor te betalen.

Bron: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 19 april 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:3773.

 

Heeft werkneemster haar arbeidsovereenkomst opgezegd?

Een werkneemster die – nadat zij te horen heeft gekregen geen salarisverhoging te krijgen – bij haar leidinggevende aangeeft “een alternatief aanbod serieus te gaan onderzoeken”, heeft daarmee haar dienstverband niet opgezegd. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever had moeten begrijpen dat het niet de bedoeling van werkneemster is geweest de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Er is ook geen sprake van een verstoorde arbeidsrelatie. Werkneemster heeft recht op wedertewerkstelling en doorbetaling van het loon, aldus de rechtbank.

Feiten

Werkneemster is sinds 1 november 2015 (opnieuw) voor onbepaalde tijd in dienst van een Amsterdamse bakkerij in de functie van verkoopmedewerkster. In oktober 2021 heeft werkneemster bij haar leidinggevende gevraagd naar de mogelijkheden tot promotie en/of loonsverhoging. Hierop heeft de leidinggevende van werkneemster laten weten dat een loonsverhoging er niet in zit. Vervolgens heeft werkneemster aangegeven dat zij een alternatief aanbod heeft gekregen dat zij serieus zou gaan onderzoeken.

Op 4 november 2021 wordt door de leidinggevende een brief aan werkneemster overhandigd met de volgende tekst: “Naar aanleiding van ons gesprek 1-11-2021 schrijf ik deze brief. Hierbij verklaart werkneemster (..) om haar arbeidsovereenkomst te beëindigen. Uw contract loopt af op 1 januari 2022. (..)” Deze brief wordt niet ondertekend door werkneemster. Een maand later, op 3 december 2021, vindt een gesprek plaats tussen werkneemster en de leidinggevende in aanwezigheid van een adviesbureau, waarna werkneemster de volgende dag in een e-mail aan de leidinggevende kenbaar maakt dat zij terug wil komen op het gesprek van 3 december 2021. Hierin erkent ze te hebben gevraagd naar een salarisverhoging en op het moment dat zij die niet kreeg, te hebben gezegd dat zij een alternatief aanbod had gekregen dat zij serieus zou gaan onderzoeken. Ze stelt echter dat ze haar baan nooit formeel heeft opgezegd en graag aan het werk wil. Vervolgens zijn er brieven heen en weer gegaan tussen de gemachtigden van partijen waarin werkneemster heeft verzocht tot wedertewerkstelling en de bakkerij heeft laten weten dat alle uitingen en gedragingen van werkneemster blijk gaven van haar vertrek en dat er inmiddels een vervanger is aangenomen. Vanaf 1 januari 2022 heeft werkneemster geen salaris meer ontvangen. Werkneemster verzoekt de kantonrechter voor recht te verklaren dat zij geen ontslag heeft genomen en dat de arbeidsovereenkomst voortduurt. De bakkerij verweert zich tegen het verzoek met het standpunt dat de mededeling van werkneemster is aan te merken als een opzegging van haar arbeidsovereenkomst en doet tevens een voorwaardelijk tegenverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsrelatie.

Beoordeling duidelijke en ondubbelzinnige opzegging

De kantonrechter dient te beoordelen of de arbeidsovereenkomst tussen de bakkerij en werkneemster is geëindigd. Hiertoe stelt de kantonrechter voorop dat daarvoor van belang is of voldoende is komen vast te staan dat de uitingen van werkneemster op 1 november 2021 en in de periode daarna moeten worden gezien als een ondubbelzinnig en duidelijke wilsuiting die is gericht op de definitieve beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Voorts is van belang of de bakkerij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de uitingen van werkneemster samenvielen met haar werkelijke wil.

De kantonrechter overweegt dat onduidelijk blijft wat er precies is gezegd tijdens de gesprekken op 1 november en 3 december 2021: het is het woord van de leidinggevende tegenover dat van de werkneemster. De overgelegde verklaringen van collega’s vormen voor de kantonrechter ook geen aanleiding om aan te nemen dat werkneemster haar baan op 1 november 2021 definitief heeft opgezegd.

Alles bij elkaar overweegt de kantonrechter dat het goed denkbaar is dat werkneemster tegen haar leidinggevende heeft gezegd “haar heil elders te gaan zoeken” en dat zij mogelijk in dat gesprek van 1 november 2021 ook heeft aangegeven “haar baan op te zeggen”. Nu dit gesprek heeft plaatsgevonden in het kader van loononderhandelingen en daarmee dus ook kenbaar is gemaakt dat ook gezocht werd naar een toekomst binnen de bakkerij, kan deze enkele opmerking van werkneemster niet worden begrepen als een blijk van een ondubbelzinnige en duidelijke wilsuiting aan de zijde van werkneemster, gericht op beëindiging van haar baan. Daar komt bij dat op de werkgever een onderzoeksplicht rust als het gaat om de opzegging van de arbeidsovereenkomst door een werknemer, gezien de (financiële) gevolgen daarvan. De bakkerij lijkt hier invulling aan hebben te willen geven door werkneemster op 4 november 2021 te vragen een brief te ondertekenen waarin zij de opzegging bevestigt. Dat werkneemster de brief geweigerd heeft te ondertekenen, had voor de bakkerij aanleiding moeten zijn te begrijpen dat het toch niet de bedoeling van werkneemster was geweest de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Ook heeft werkneemster – toen er weer contact was tussen partijen (eind november en begin december) – duidelijk gemaakt dat zij de arbeidsovereenkomst niet wenste te beëindigen. Op grond hiervan oordeelt de kantonrechter dat de arbeidsovereenkomst niet per 1 januari 2022 is geëindigd door opzegging door werkneemster.

Beoordeling verstoorde arbeidsverhouding

Ten behoeve van het tegenverzoek van de bakkerij dient de vraag beantwoord te worden of de arbeidsovereenkomst moet worden beëindigd wegens een verstoorde arbeidsrelatie. De kantonrechter overweegt hiertoe dat de duurzaam verstoorde arbeidsverhouding door de bakkerij onvoldoende is onderbouwd. De bakkerij stelt namelijk enkel dat werkneemster door haar handelen de verhoudingen binnen de bakkerij ernstig heeft verstoord. Het feit dat er een ongemakkelijke situatie is ontstaan in de bakkerij acht de kantonrechter niet voldoende om te kunnen spreken van een duurzame verstoring. Daarbij komt dat niet is gebleken dat er een gesprek of een andere vorm heeft plaatsgevonden om te proberen de verhoudingen te herstellen. De kantonrechter wijst het ontbindingsverzoek van de bakkerij dan ook af.

De rechtbank Amsterdam oordeelt dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen nog steeds voortduurt en werkneemster recht heeft op wedertewerkstelling en doorbetaling van het loon.

 

Bron: Rechtbank Amsterdam 3 mei 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:3142.

Pas op met foto’s of geluid op social media

Pas op met publiceren foto’s of geluid op sociale media

Nu de vakantieperiode weer is aangebroken zijn er een hoop foto’s en/of geluidsfragmenten op diverse sociale media terug te vinden van allerlei leuke of minder leuke momenten.

De maker/maakster daarvan zal zich echter niet realiseren dat daarop een berg aan wetgeving van toepassing is en daarmee samenhangend de vraag of een foto en/of een geluidsfragment gepubliceerd mag worden op een (openbaar) forum of medium, al dan niet commercieel. De wet spreekt over “openbaar maken”.

Om een kort resume van deze wetgeving weer te geven: Auteursrechten, portretrecht, merkenrecht, persoonlijkheidsrechten, naburige rechten en exploitatierechten. Al deze wetten beperken de vrijheid van het maken en publiceren van foto’s en/of geluidsfragmenten. Zelfs onschuldige foto’s van kleinkinderen door opa en oma kunnen verboden zijn dan wel worden! Het gaat in dit artikel te ver om dit allemaal uit te leggen dus het blijft bij een resume.

Om maar met het begin te beginnen: foto’s en geluidsfragmenten mag je niet zomaar publiceren op een (openbaar) medium zoals facebook, Pinterest, Tiktok, twitter, Instagram. LinkedIn et cetera. Daarvoor moet je expliciete toestemming hebben van de (geportretteerde) personen of de auteursrechthebbende. Wil je dus een leuke foto van jezelf publiceren dan mag dat omdat je zelf auteursrechthebbende bent. Het wordt al anders als er meerdere personen op staan. Eigenlijk zou je van iedere gefotografeerde persoon een uitdrukkelijke toestemming moeten hebben om deze foto te mogen publiceren. Hetzelfde geldt als je een merkproduct (mede) op de foto zet. Sta je dus met een blikje van een bekende bier- of frisdrankfabrikant in je hand op de foto dan zou je al toestemming moeten vragen aan de merkhouder, dus de fabrikant. Hetzelfde geldt voor geluidsfragmenten. Vooral het al dan niet expliciete gebruik van muziek waarvoor naburige rechten gelden. Ook muziekmakers willen graag voor hun werk betaald worden. Bijvoorbeeld het opnemen van live concerten is eigenlijk aan toestemming onderhevig.

Ik verneem vaak van mensen, die geconfronteerd worden met een forse rekening van de auteursrechthebbende voor gebruikt materiaal, “maar iedereen doet het toch?” Helaas is dat geen excuus. Het is dus belangrijk na te denken wat je fotografeert en/of opneemt. Niet alles is vrij van rechten van een ander! Voor de mensen die graag foto’s, video’s en/of geluid van internet halen voor publicatie geldt hetzelfde.

Nu het goede nieuws: voor alles wat je publiceert (openbaar maakt) zal de soep niet zo heet worden gegeten als hij wordt opgediend. In de meeste gevallen wordt gevraagd het materiaal (onmiddellijk) te verwijderen, hetgeen raadzaam is om dit ook te doen om vervelende consequenties (o.a. facturen, rechtszaken) te voorkomen. Overigens, de publicatie snel van internet halen en denken daarmee klaar te zijn, kan niet voorkomen dat je toch moet betalen. Excuses aanbieden kan in sommige gevallen geen kwaad. Het blijft echter belangrijk bewust te zijn van het feit dat anderen rechten kunnen uitoefenen en dat je daar rekening mee dient te houden. Het is raadzaam om alle aanwezigen te vragen of zij er bezwaar tegen hebben om op de foto(s) te komen zodat je kunt daar rekening kunt houden en vermijden deze personen te fotograferen.

Om terug te komen op de trotse opa en oma die foto’s van hun kleinkinderen op facebook hadden gezet: De ouders hadden daarvoor geen toestemming gegeven en dwongen de grootouders de foto’s te verwijderen op straffe van een dwangsom.

Mr. Gérard Koopal

Senior intaker Wetswinkel Almere

Hoe krijg ik mijn extra inleg in huis terug?

Wij hebben samen een huis gekocht, waarvoor we volgens de koopakte allebei voor de helft eigenaar zijn. Ik heb wel veel meer geld ingelegd dan mijn partner. We zijn pas uit elkaar en we gaan de woning verkopen Ik wil mijn extra inleg terug, maar zij weigert daaraan mee te werken. Hoe regel ik dat?

Als jullie samen een huis hebben gekocht ben je in principe ieder voor 50% eigenaar. Je moet dan ieder de helft van de koopsom betalen. Jij zegt dat je meer dan die helft hebt betaald. In dat geval heb je een vordering op jouw ex. Die vordering is ontstaan op het moment dat koopsom voor de woning is voldaan. Dat is dus bij de aankoop geweest. Maar als dat langer dan vijf jaar geleden is, is jouw vordering verjaard.  Je hebt dan geen aanspraak op een terugbetaling van hetgeen jij eigenlijk voor haar hebt betaald. Dit soort zaken komt vaker voor en is te voorkomen door een goed samenlevingscontract. Je had ook bij de notaris kunnen laten vastleggen dat jij voor een groter aandeel eigenaar bent van de woning. Als dat niet meer mogelijk is en de verjaringstermijn van 5 jaar is nog niet verlopen, dan kan je de verjaring nog stuiten. Doe dat schriftelijk: bij aangetekende brief of email. Vorder betaling en zeg dat je de lopende verjaring hierbij ondubbelzinnig stuit. Op internet zijn hiervan voorbeelden te vinden. Vanaf de dag van stuiting begint de termijn van 5 jaar opnieuw te lopen.

 

Ingrid Maste
Hillen van Tol
Advocaten Mediation

De wetsboeken

De Overeenkomst

Onze wetgeving en het burgerlijk wetboek is boeiend en uitgebreid. Vanaf boek 1 wordt aangegeven op welke wijze iets moet worden gelezen of toegepast. Basis hiervoor is de redelijkheid en billijkheid. In mijn optiek draait ons wetboek eigenlijk op “de overeenkomst”. Bijna alles is daarop gebaseerd!

De regels over de overeenkomst worden pas genoemd in Boek 6 van het BW. Artikel 6:217 BW geeft aan hoe een overeenkomst tot stand komt: door aanbod en aanvaarding (en natuurlijk bepaalbaarheid).

Artikel 6:248 BW gaat uit van rechtsgevolgen die voortvloeien uit de wet, de gewoonte of de eisen van redelijkheid en billijkheid. Dan gaat het over een wederkerige overeenkomst: een prestatie over en weer en als een partij niet nakomt (artikel 6:262 BW), dan mag de andere partij opschorten.

 

Het BW kent wetten die vertellen hoe iets moet worden gedaan, gelezen of uitgevoerd (materiele wetten). Daar is er het wetboek voor burgerlijke rechtsvordering (“Rv”). Hierin staat op welke wijze de rechtspraak werkt als er iets mis is gegaan met de uitvoering van de regels uit het BW.

Maar het BW heeft nog een bonusregel: de eerdergenoemde redelijkheid en billijkheid, die een aantal jaren geleden is toegevoegd. Sommige dingen worden toegestaan terwijl ze volgens de wet niet mogen. Dat werkt door in andere wetboeken (eenvoudigste voorbeeld: je mag geen hennepplantage hebben, maar de levering in de winkel en de koop ervan wordt toegestaan, ook al is het dus eigenlijk tegen de wet).

 

Wat staat er in welk wetboek

In het wetboek staan overal gedeelten die je tegenkomt als een overeenkomst in je leven. In boek 1 staan de meest essentiële (en emotionele) overeenkomsten waarvan de belangrijkste het huwelijk is. Dat is een overeenkomst die net als iedere andere overeenkomst, een prestatie over en weer is. Dus bestaande uit aanbod en aanvaarding en ontbonden dient te worden om de overeenkomst te vernietigen.

Zo kent ieder volgend boek specifieke regels gebaseerd op de overeenkomst. In boek 2 staat alles over rechtspersonen. De wet kent rechtspersonen en natuurlijke personen…wij zijn natuurlijke personen, de rest staat keurig opgesomd in het wetboek. Als je een eigen bedrijf begint of partner wordt, boek 2 dus.

Als je dan een hypotheek nodig hebt, zit je in boek 3 en Boek 4 vertelt alles over het erfrecht (voor slimme mensen: een testament is geen overeenkomst, het is eenzijdig. Maar de erfenis dient wel aanvaard te worden of afgewezen, en dus is er dan toch weer aanbod en aanvaarding).

Boek 5 geeft o.a. verzekeringsrecht en eigendom. Boek 6, die hadden we al, de overeenkomst. In Boek 7 kom je uit bij het huurrecht. Ook kent boek 7 de zogenaamde bijzondere overeenkomsten, zij het niet altijd even logisch. Daar staat bijvoorbeeld de WGBO direct voor de wetten over pakketreisovereenkomst en reisarrangement. Ook in dat boek staat de arbeidsovereenkomst.

Ik laat even boek 8, 9 en 10 buiten beschouwing.

 

Wetten en regels

Daarnaast is er regelgeving. Wetten gaan altijd boven regels. Wetten zijn afdwingbaar. Mag je dan over alles een overeenkomst sluiten? Nee, niet als het tegen de wet is.

In 1951 kwam de film uit van Alfred Hitchcock: “Strangers on a train”. Twee mannen delen een coupé in een trein. Beiden hebben een slecht huwelijk en besluiten zich van hun vrouw te ontdoen, maar hebben een solide alibi nodig. Ze besluiten elkaars vrouw te zullen vermoorden. Een wederzijdse overeenkomst dus met een prestatie over en weer.

Man 1 vermoordt de vrouw van man 2. Dan realiseert man 2 dat hij geen moordenaar kan zijn en komt zijn deel van de overeenkomst niet na. Man 1 meent, dat man 2 hiertoe verplicht is. Niet dus, want moord is niet toegestaan volgens de wet.

 

De Ikea wet

Soms kan de wet zo veranderd worden dat regels tot wet worden. Artikel 7:18-21 heeft jarenlang de IKEA-wet geheten. De regel was dat IKEA niets vergoedde indien er iets ontbrak in een doos (dat je pas ontdekt als alles bijna in elkaar zit) of de koper een fout maakte bij montage.

De IKEA-clausule zegt dat IKEA aansprakelijk is. Meestal zet de koper de zaak zelf in elkaar. Het ondeugdelijk monteren kan dan een gevolg zijn van fouten in de montagevoorschriften of het niet duidelijk (genoeg) zijn daarvan. De wet kan dus de inhoud van de overeenkomst wijzigen ook als de koper akkoord is gegaan met de voorwaarden van de verkoper.

 

Mijn werkwijze

De overeenkomst is de basis van ons BW en om die reden begin ik altijd ieder dossier als volgt:

1 wie zijn partijen?

2 is er een overeenkomst?

3 is de overeenkomst rechtsgeldig (zie de wet)?

 

Als je weet wie de partijen zijn (altijd meer dan 1) kijk je naar (de combinatie met) punt 2, is er een overeenkomst? Zijn partijen bevoegd de overeenkomst te sluiten? Zo kan ik de Eifeltoren niet verkopen omdat ik niet de eigenaar ben en mag een jongen van 12 jaar geen alcohol kopen gezien zijn leeftijd. De bevoegdheid heeft dus meerdere mogelijkheden.

Als er een notariële akte is of een huurovereenkomst is het duidelijk, maar een overeenkomst kan op iedere manier en op elk moment ontstaan. Reizen met de bus of trein is een overeenkomst: je moet een kaartje hebben als koper en de verkoper moet je daarvoor van A naar B brengen. Geen kaartje? Niet gehouden aan de overeenkomst…. Ook het kopen van een brood is een overeenkomst: je mag het meenemen als je ervoor betaalt.

 

Dan volgt of de overeenkomst bepaalbaar is. Een advertentie waarin een auto te koop staat (bouwjaar 2014, kleur blauw) kan niet worden gezien als een aanbod. Hiervoor dient de prijs, model, enz. te worden vermeld om bepaalbaar te maken of het een aanvaardbaar aanbod is. Als de bevoegdheid en de bepaalbaarheid duidelijk zijn, is het de vraag of een overeenkomst rechtsgeldig is.

Dat kan afhankelijk zijn van meerdere punten, maar ik geef altijd even als voorbeeld de eerdergenoemde overeenkomst van huwelijk.  Een huwelijk is niet rechtsgeldig zolang een partij bij het huwelijk met een ander gehuwd is (ook al zouden beide partijen akkoord zijn met de overeenkomst). Het laatste punt had ik al doorgegeven: als de wet aangeeft dat het niet mag is er geen overeenkomst, wat partijen ook zeggen of willen.

 

De overeenkomst is de basis van het burgerlijk wetboek, en loopt door in rechtsvordering. Immers, als er iets misgaat en de zaak dient bij de rechtbank komt een nieuwe overeenkomst tot stand. Het feit dat partijen zich dienen te houden aan de uitspraak van de rechter.

 

Fieke van Heeks

Wijzigingen en correcties in toeslagen en/of inkomstenbelasting

In een vorig artikel schreef ik al hoe aangiften ingevuld, gecorrigeerd, aangevuld kunnen worden. Dat kan tot 5 jaar terug. Voor 2022 betreft dat dus de IB-aangiften van 2017 t/m 2021. Dit kan eenvoudig via: mijnbelastingdienst. Als een klant weinig inzicht heeft in de voorgaande belastingjaren of vermoedt dat er fouten zijn gemaakt kan de hulp van de Wetswinkel ingeschakeld worden. Noem het een second opinion of een check. De VIA’s over deze jaren zijn nog beschikbaar. Soms zijn er duizenden euro’s niet opgevraagde belastingcenten (alsnog) terug te krijgen!

Voor toeslagen ligt het iets anders. Een toeslag kan tot 1 september van  het jaar volgend op het belastingjaar worden aangevraagd. Of gewijzigd of gecorrigeerd. Voor 2022 kan tot 1 september een toeslag van 2021 nog worden aangevraagd.

Als de toeslag definitief is kan er conform de aangifte inkomstenbelasting sinds enige tijd gerepareerd worden als de bezwaartermijn voorbij is. Dit voor de jaren 2017 en later. Dan moet er wel aanleiding zijn voor reparatie. Berucht voorbeeld is de terugbetaling van de huurtoeslag, als er een nabetaling is geweest. Een eenmalige nabetaling kan op verzoek alsnog buiten beschouwing worden gelaten voor de huurtoeslag. Zo valt er met 1 simpel ingevuld formulier een paar duizend te verdienen.

N.B: aangiften zijn met de Vooringevulde Gegevens vaak wel zelf te doen. Maar inzicht in stapeling inkomens, belastingpercentages, heffingskortingen, wat is geoorloofde aftrek (ziektekosten) is er meestal onvoldoende. Een instinker is dat mensen al gauw tevreden zijn als er een (beetje) belastingteruggave is. Uitspraak: ik heb zo’n goede belastinginvuller. Ik krijg elk jaar geld terug. En nog wel op de euro nauwkeurig uitgerekend! (……..)

M.a.w: er hoeft bij de cliënten niet per se belastingproblematiek te zijn. De Wetswinkel (Pieter Schakel) biedt ene geheel gratis check aan.

Energievergoeding ad € 800 – gemeente Almere

Hot in het nieuws. Terecht, want € 200 en meer per maand betalen voor energie bij een minimaal inkomen is heel erg veel. Bijstandsgerechtigden hebben inmiddels de € 800 al automatisch op de rekening bijgeschreven gekregen. Een kleine miljoen Nederlanders komen voor de energievergoeding in aanmerking.

 

Maar wat te doen als de uitkering niet automatisch plaatsvindt. Bijvoorbeeld als er inkomen is via werkgever, UWV, SVB. Dan zal je toch zelf actie moeten ondernemen om de uitbetaling te krijgen. Doe deze aanvraag liefst digitaal. Maar een aanvraag op papier kan nog altijd. Dit formulier is echter helaas niet te downloaden (…..) Ophalen op het stadhuis of laten opsturen.

 

De voorwaarden zijn duidelijk. Het netto inkomen van maart 2022 mag maximaal 120% bedragen van het minimuminkomen. Als er gegoogeld wordt op: energievergoeding + Almere staan voor de verschillende groepen de netto inkomens vermeld bij de info. Vermogen speelt geen rol, omdat de aanvraag dan te bewerkelijk wordt (…..) Via de informatie van de gemeente kan er gestart worden met de aanvraag. Inloggen met Digid. Kopieën van het netto inkomen maart 2022 alsmede een kopie van de ID-kaart + bankpas moeten meegestuurd worden. Een emailadres erbij en verzenden. Als de persoon moeite heeft met de aanvraag is er wellicht iemand in de omgeving die bij de aanvraag kan helpen. Of men gaat naar het wijkteam. Vraag er de klanten van het spreekuur naar. En vraag in de omgeving of de informatie bekend is.

 

Pieter Schakel / Almere, 3 mei 2022