Kan kind medehuurder worden van sociale huurwoning?

Kan een kind medehuurder worden van een sociale huurwoning?

Door: mr. Gérard Koopal

Een veel voorkomende situatie tegenwoordig, in tijden van krapte op de woningmarkt en verslechterende zorg, is dat een kind bij de ouder(s) inwoont gedurende langere tijd.

In dit geval was het een dochter die bij haar vader en moeder inwoonde in een sociale huurwoning.

Na het overlijden van haar vader wilde zij graag als medehuurder worden erkend en dus in de huurovereenkomst worden opgenomen. De moeder werd na het overlijden van haar man van rechtswege huurder. De dochter woont sinds de aanvang van de huur al bij haar ouders in.

De moeder en dochter deden bij de verhuurder, een woningstichting, gezamenlijk een aanvraag om de dochter als medehuurder te laten registreren. De verhuurder ging daar niet in mee omdat men vond dat de dochter niet aan de eisen voldeed. Daarop gingen de moeder en dochter naar de kantonrechter.

De eiseressen (moeder en dochter) stellen bij de kantonrechter dat de meerderjarige dochter aan alle wettelijke eisen voldoet. De verhuurder wijst op het feit dat de dochter al sinds 2012 is ingeschreven als woningzoekende.

De kantonrechter oordeelt dat de dochter haar hele leven bij haar ouders heeft gewoond. De dochter heeft nooit een eigen woning of woonruimte gehad en is dus nooit uitwonend geweest. De inschrijving bij woningnet was uit voorzorg jaren geleden maar de dochter heeft nooit actief gezocht naar woonruimte.

Voldoende aannemelijk is dat gedurende de samenwoning er een gemeenschappelijke huishouding was die wederkerig was. De dochter betaalde de boodschappen en enkele vaste lasten en betaalde maandelijks kostgeld aan haar moeder. Daarnaast was er een zorgrelatie tussen moeder en dochter maar die omvatte meer dan alleen verzorging en steun.

Aldus kon de dochter ingeschreven worden als medehuurder.

 

G.A. Koopal
Wetswinkel Almere
senior jurist

Stopt partneralimentatie na religieus huwelijk?

Ik krijg van mijn ex partneralimentatie. Ik heb een andere man leren kennen en wij wonen nog niet samen. Hij woont in Syrië en ik denk erover om daar ook naar toe te gaan om daar volgens de Islamitische wet te trouwen. Vervalt dan de partneralimentatie?

 

De Nederlandse wet stelt dat de partneralimentatie direct vervalt als er wordt samengewoond alsof je bent getrouwd. Maar ook als je een huwelijk sluit. Bij een huwelijk moet het wel om een rechtsgeldig huwelijk zijn dat in Nederland wordt erkend. Als in Syrië huwelijksvoltrekkingen voldoen aan alle regels die daar gelden, dan respecteert Nederland die. Dergelijke huwelijken worden dus in  Nederland erkend. En dat vervalt de partneralimentatie. Zou je bijvoorbeeld in Nederland in de moskee trouwen, dan is dat niet rechtsgeldig. In Nederland geldt alleen een burgerlijk huwelijk. Of een Islamitisch huwelijk in de ambassade of consulaat. Is er sprake van een niet rechtsgeldig huwelijk, dan vervalt de partneralimentatie niet om die reden. Maar weer wel als je met die nieuwe partner samenwoont. Ook al ben je niet getrouwd. En of dat in Nederland, in Syrië of ergens anders in de wereld is, maakt voor de Nederlandse wet niet uit. Geef op tijd aan je ex door wanneer de alimentatie vervalt. Want als je niets zegt en er wordt doorbetaald, dan is de kans zeer reëel dat je via een procedure alles terug moet betalen, eventuele rentevergoedingen, kosten van de procedure én eventuele kosten van een detective.

Ingrid Maste
Hillen van Tol
Advocaten Mediators

Nieuwe werkwijze per 1 juli 2026

Vanaf 1 juli a.s. veranderen een aantal werkwijzen binnen de Wetswinkel. Hieronder een kort overzicht en daarna ruim uitleg wat dit voor jou betekent:

  1. cliënten kunnen rechtstreeks in de kalender boeken (er komen dus geen mensenhanden meer aan te pas)
  2. jullie geven je beschikbaarheid op in VOVS (dus niet meer via mail)
  3. er komt een nieuwe projectmanager
  4. er komt ook een nieuwe functie bij. De functie “medior” wordt toegevoegd.

Ad 1: Hier verandert voor jullie eigenlijk niets. We stroomlijnen vraag en aanbod. Vanaf 1 juli geven cliënten geen voorkeur meer aan (waarbij ze een handmatige bevestiging kregen), maar krijgen ze online een overzicht te zien van dagen en tijdstippen die ze kunnen boeken. Achter de schermen hanteren we drie boekingen per avond. Mogelijk zul je wat vaker met een telefonisch consult te maken krijgen, daar waar we dat nu naar een fysieke afspraak stuurden en er zal misschien vaker een vraag tussen zitten die eigenlijk niet voor ons bestemd is.

Ad 2: Hier zit voor jullie de grootste verandering aan te komen. In VOVS, onder jouw profiel, staan beschikbaarheidsvakjes in de kleuren groen en rood. Standaard staan alle beschikbare avonden op groen. Dat betekent dat je dan beschikbaar bent. Het systeem (de roostermaker) maakt aan het eind van de periode dat je mag invullen een rooster o.b.v. beschikbaarheid. Verzuim je (of vergeet je het te doen) jouw beschikbaarheid aan te passen, dan ben je de klos als je dan op een voor jou verkeerd moment ingeroosterd staat.
Hoe ga je te werk?
Vanaf 12 juni (1 x per 2 maanden, dus daarna 12 augustus, enz) geef je voor twee maanden jouw beschikbaarheid op. Dat betekent in de praktijk dat je een avond waarop je NIET kunt deze op rood zet. De roostermaker houdt hier dan rekening mee bij de indeling. De roostermaker maakt een gelijkwaardige verdeling, het is dus niet zo dat je op al jouw groene vakjes wordt ingedeeld. Maar hoe meer vakjes jij op groen kunt laten, des te gemakkelijker er een rooster tot stand kan komen.
Je krijgt hier precies één week de tijd voor om dit te doen. AGENDEER DIT IN JOUW AGENDA!!! Na die week kun je niets meer aanpassen en kan alleen de nieuwe projectmanager nog een aanpassing doen.

Ad 3: de nieuwe projectmanager stelt zich in de volgende Nieuwsflits aan jullie voor. Maar zij neemt de taken en verantwoordelijkheden van Ans over.

Ad 4: De nieuwe functie Medior is gecreëerd in verband met de nieuwe methode van werken, waarbij twee intakers in de Driehoek spreekuur draaien en een senior in resp. Haven of Buiten als achterwacht dient. Het bestuur maakt een indeling wie van de intakers Medior wordt en dus de leiding heeft over dat betreffende spreekuur. De roostermaker houdt hier ook weer rekening mee.

Valt erfenis in gemeenschap van goederen?

Circa 30 jaar geleden heb ik een erfenis ontvangen op mijn privérekening. In het testament staat dat de uitsluitingsclausule van toepassing is. Maar ik kan niet meer aantonen wat ik ermee heb gedaan. Wij zijn 20 jaar geleden getrouwd. Valt de erfenis nu bij onze scheiding toch in de gemeenschap van goederen?

Je moet eerst aantonen dat je de erfenis hebt ontvangen onder uitsluitingsclausule. Dit is een veel voorkomende bepaling testamenten dat de erfenis niet in de gemeenschap van goederen zal vallen. Deze erfenis blijft dan uitsluitend van jou. Omdat het vaak niet meer is na te gaan waaraan het geld is besteed en het is vermengd met “geld van de gemeenschap”, geldt het vermoeden dat het is gebruikt voor betaling van gemeenschapsschulden (de boodschappen, huis, vakanties, kleding etc.). Het is dan aan jouw ex om te bewijzen dat jij er privé-uitgaven van hebt gedaan. Dat blijkt in de praktijk een heel lastige opgave. Want de meeste uitgaven zijn uitgaven voor de gemeenschap Bij een scheiding moet jij dan het saldo op jouw privérekening met jouw ex verdelen. En heb jij een vordering ter grootte van de erfenis op de gemeenschap. Het komt er dan op neer dat je de helft al krijgt bij de verdeling van het saldo en de andere helft van jouw ex. Wel geldt dat de vergoeding nominaal is. Dus zonder rente etc. Heb je het geld van de erfenis altijd op een privérekening gehad of er aandelen van gekocht (zonder van gemeenschapsgeld bij te kopen) dan is het saldo van die rekening of het aandelenpakket van jou en geldt er geen aparte vergoeding. Om gedoe te voorkomen is het verstandig om privégeld altijd privé te houden en niet te gebruiken voor kosten van de gemeenschap.

Ingrid Maste

Hillen van Tol
Advocaten Mediators

Snel gezag regelen door ex in buitenland na ontvoering?

Ik heb eenhoofdig gezag en woon met mijn kinderen al vijf jaar in Nederland. Mijn kinderen zijn in de herfstvakantie naar hun vader in Duitsland gegaan. Nu houdt hij ze daar achter en heeft hij bij de rechtbank in Duitsland direct eenhoofdig gezag gevraagd. Hij zegt dat ze niet meer terug komen naar Nederland.

Volgens het Europese Verdrag Brussel II ter is de rechter van het land bevoegd waar de kinderen hun gewone verblijfplaats hebben. De gewone verblijfplaats is Nederland, maar die kan wijzigen omdat jullie dat samen hebben afgesproken. Als de kinderen onrechtmatig zijn overgebracht of worden achtergehouden blijft de Nederlandse rechter bevoegd totdat zij in Duitsland gewone verblijfplaats hebben gekregen. Dat kan na een tijdje als jij geen actie onderneemt om een procedure te starten voor teruggeleiding van internationaal ontvoerde kinderen. Of als je het wel best vindt dat ze in Duitsland blijven en daarin hebt berust. Berusting kan worden aangenomen als  je bijvoorbeeld toestemming hebt gegeven voor een school in Duitsland, inschrijving bij een vereniging, huisarts etc. Doe dat dus niet. Het is belangrijk dat je zo snel mogelijk maar zeker binnen één jaar na de achterhouding een verzoek tot teruggeleiding indient bij de rechtbank in Duitsland. Dat kan via de Centrale Autoriteit. Maar ook via een gespecialiseerde kinderontvoeringsadvocaat in Nederland.
de rechter van Duitsland is wel bevoegd in spoedeisende zaken te beslissen. De rechtbank mag dan alleen voorlopige beslissingen nemen. En gezag is geen voorlopige beslissing.

Ingrid Maste

Hillen van Tol
Advocaten Mediators

Ex verdient meer, minder alimentatie betalen?

Wij zijn drie jaar geleden gescheiden. Ik betaal mijn ex iedere maand € 500 partneralimentatie.  Ik weet dat zij nu meer geld verdiend. Kan ik stoppen met betalen?

 

Dat is op basis van deze informatie niet te zeggen. Maar ik zal uitleggen hoe je dat zelf kan berekenen. Ten tijde van de scheiding leefden jullie van een (netto) gezinsinkomen. Dat is jullie inkomen samen, met inbegrip van vakantiegeld, bonussen, dertiende maand etc. Als je weet hoeveel jullie eventuele minderjarige kinderen toen kosten, haal je dat van het gezinsinkomen af. Wat resteert is te besteden voor beide partners. Voor ieder van de ex-echtgenoten is daarvan na de scheiding 60% nodig. Dat bedrag indexeer je vervolgens naar dit jaar. Dit is de huwelijksgerelateerde behoefte aan inkomen. Als jouw ex tenminste dat bedrag nu netto verdient, dan heeft zij geen behoefte en recht op partneralimentatie en kan je stoppen met betalen. Als je niet zeker weet hoeveel zij verdient, kan je naar haar inkomensspecificatie en jaaropgave vragen. Verdient zij minder, dan heeft zij een aanvullende behoefte tot de het bedrag van die 60%. Het is dus mogelijk dat je niet meer hoeft te betalen of een lager bedrag, afhankelijk van haar eigen inkomen. Het kan ook zijn dat het bedrag van haar behoefte veel hoger is, maar dat de alimentatie bij de scheiding is gemaximeerd tot het bedrag dat jij kon betalen. Het laagste bedrag van de behoefte /draagkracht telt. Let wel, het te betalen bedrag is bruto. Netto bedragen moet je dus bruteren.

Ingrid Maste
Hillen van Tol Advocaten en Mediators

Wel gezag in Frankrijk en niet in Nederland?

Onze zoon is in 2017 in Nederland geboren en heb ik hem na zijn geboorte erkend. Daarna hebben wij een paar jaar in Frankrijk gewoond en inmiddels wonen we al weer twee jaar in Nederland. In Frankrijk mocht ik meebeslissen over onze zoon. Nu zijn we uit elkaar en ik word overal buiten gehouden. Mijn ex zegt dat ze in Nederland alleen gezag heeft. Hoe zit dat?

 

Toen uw zoon werd geboren, gold nog het oude recht. Volgens dat recht had moeder eenhoofdig gezag als er geen huwelijk was tussen ouders. Door de erkenning kreeg je toen nog geen gezag. Vervolgens zijn jullie naar Frankrijk verhuisd. Daar is dat anders geregeld. Volgens Frans recht hebben beide ouders gezag, ongeacht of zij met elkaar zijn gehuwd. Dat betekent dat jij volgens het Frans recht door de erkenning na de verhuizing naar Frankrijk samen met de moeder het gezag over jullie zoon hebt gekregen. Dat volgt uit het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. In dat verdrag is ook geregeld dat jij het gezag niet verliest wanneer jullie daarna weer naar Nederland terugverhuizen. De in Frankrijk ontstane gezagsrelatie wordt in Nederland erkend. Daar hoeft geen rechter een beslissing over te nemen. Bekend is dat instanties niet altijd op de hoogte zijn van deze regels. Daarom kan het handig zijn om een “verklaring voor recht” te vragen bij de rechtbank waarin staat dat jij van rechtswege mede belast bent met het ouderlijk gezag.

Ingrid Maste
Hillen van Tol Advocaten en Mediators

wie iets stelt moet deugdelijk bewijs leveren

Door: mr. Gérard Koopal, lid NVRA

Stel, je auto is smerig en je wilt hem laten wassen in een autowasstraat. Een alledaagse gebeurtenis die veel autobezitters ondergaan. Tenslotte wil je dat je voertuig er netjes uitziet en dat een wasstraat in zo’n geval een uitkomst biedt.

In onderstaande zaak reed een automobilist zijn heilige koe in goede, lees onbeschadigde staat, naar een wasstraat om deze een wasbeurt te laten geven.

Tot zijn schrik bleek de auto, na de wasbeurt, beschadigd te zijn.  Over de gehele motorkap, dak en ruiten, zaten overdwars krassen. Daarop stelde de eigenaar van de auto dat deze schade was ontstaan in de wasstraat. De autowasstraat stelde echter dat de auto al bekrast was voordat deze de wasstraat was ingereden. De eigenaar van de auto ging daarop, met behulp van zijn rechtsbijstandsverzekeraar, naar de rechter om zijn schade te verhalen.

De rechter bepaalde in een tussenvonnis dat beide partijen met getuigen en bewijzen moesten komen om hun standpunten te verduidelijken.

Beide partijen kwamen met getuigen die beweerden dat de auto respectievelijk schadevrij dan wel reeds bekrast was. De eigenaar van de auto had directe familieleden laten getuigen en een expertise rapport op laten maken over de staat van de schade. De wasstraat liet medewerkers getuigen en produceerde camerabeelden van de wasstraat tijdens het wassen van de betreffende auto waarop niet echt duidelijk te zien was dat er al krassen aanwezig waren. Een deskundige werd daarop geraadpleegd om het autowasproces uit te leggen, voornamelijk om te vertellen dat dergelijke krassen onmogelijk door de wasstraat konden zijn veroorzaakt.

De rechter oordeelde hierop dat de getuigen van de eigenaar van de auto niet geloofwaardig genoeg waren (onaannemelijk) ten opzichte van de getoonde camerabeelden en de getuigenis(sen) van de medewerker(s) van de wasstraat en de geraadpleegde expert. Er was een gebrek aan ondersteunend bewijs volgens de rechter.

(Het had aan de eigenaar van de auto gelegen om vooraf met een telefoon beelden te maken zodat de staat van de auto, voorafgaande aan de wasbeurt, was vastgesteld.)

Wie stelt dat hij schade heeft dat door een ander is veroorzaakt, en dat wil verhalen, moet dat met goed ondersteunend aannemelijk bewijs kunnen aantonen.

 

Tellen eerdere opeenvolgende arbeidsovereenkomsten mee voor de transitievergoeding?

Door: mr. Gérard Koopal, lid NVRA

 

Bij het ontslagrecht is wettelijk vastgelegd dat, indien de werkgever het ontslag aanzegt, of wegens ernstig verwijtbaar handelen door de werkgever de werknemer ontslag neemt, er een transitievergoeding verschuldigd is.

De Hoge Raad der Nederlanden, het hoogste rechtsorgaan in Nederland, deed in november 2025 een uitspraak (arrest) over een zaak die een werknemer had aangespannen wegens een geschil over de (berekening van de) transitievergoeding.

Deze werknemer had per 1 oktober 2017 zelf zijn betrekking opgezegd (ontslag genomen) en trad weer in dienst bij dezelfde werkgever in maart 2018.

Bij de kantonrechter wordt door de werkgever deze laatste arbeidsovereenkomst in 2023 ontbonden met het recht op een transitievergoeding. De werknemer kreeg alleen een transitievergoeding voor de periode van 2018 tot 2023 toegekend door de kantonrechter. De werknemer was het daar niet mee eens. Hij vond dat de periode van 2017 tot 2018 ook moest meetellen en gaat in hoger beroep bij het hof met uiteindelijk hetzelfde resultaat als bij de kantonrechter. Ten langen leste gaat de werknemer daarna in cassatie en komt deze zaak bij de Hoge Raad terecht.

De werknemer stelt het niet eens te zijn met de beschikkingen van de rechtbank en het Hof dat de eerdere periode (oktober 2017 tot maart 2018) niet meegeteld wordt in de berekening van de transitievergoeding. De werknemer meent dat deze eerdere periode ook moet meetellen voor de hoogte van de transitievergoeding bij de ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

De Hoge Raad (HR), bij monde van de Advocaat-Generaal, verwerpt het cassatieberoep. Een transitievergoeding is slechts verschuldigd als de overeenkomst is beëindigd op initiatief van de werkgever of dat dit door verwijtbaar handelen van de werkgever is beëindigd door de werknemer. Dat was hier niet het geval daar de werknemer zelf ontslag had genomen bij de éérste overeenkomst.

Een redelijke wetsuitleg geeft aan dat eerdere arbeidsovereenkomsten, beëindigd door de werknemer, zonder dat er verwijtbaar handelen door de werkgever is, niet mee tellen voor de hoogte van de transitievergoeding. Ook eerdere perioden bij meerdere werkgevers die geacht zijn elkaars opvolgers te zijn, tellen op deze grond (zelf ontslag nemen) niet mee voor de berekening van de transitievergoeding.

Vernietiging bij koop op afstand (webshop)

Door: mr. Gérard Koopal, lid NVRA

 

Iedereen die op internet koopt bij een Nederlandse webshop heeft het wettelijke “herroepingsrecht”. Dat wil zeggen dat een koper de koop binnen 14 dagen na ontvangst van de goederen deze mag retourneren en eventuele betalingen terug te krijgen. Helaas gaat dat niet altijd goed.

In dit geval hebben 9 mensen bij een webshop, die aan internationale dropshipping doet, iets gekocht maar konden het niet terugsturen wegens een gebrek aan adresgegevens. Een enkele koper die de goederen terugstuurde naar het Chinese adres, kreeg het retour weer terug. (“Dropshipping” is dat een webshop de goederen in China koopt en vanuit China direct naar de klanten laat toesturen.)

De consumenten eisten bij de kantonrechter dat de koop vernietigd zou worden waarmee zij hun geld terug konden krijgen.

De kantonrechter moet ambtshalve controleren op naleving van de voorschriften bij een consumentenkoop op afstand. In dit geval bleek dat de webshop diverse verplichtingen bij een koop op afstand voor consumenten niet had nageleefd. Zo was er geen retouradres bekend, er werd geen vermelding gedaan dat de gekochte goederen binnen 14 dagen retour konden worden verzonden en voldeed de “bestelknop” niet aan de eisen waardoor de consument niet wist dat dan ook betaald moest worden na het aanklikken. Tevens werden de kosten voor retournering niet vermeld. De webshop kon ook niet (meer) aantonen dat het bestelproces wel voldeed aan de eisen van artikel 230M lid 1 en 230v van boek 6 BW.

Daarmee stond vast dat de webshop essentiële eisen had geschonden voor deze koop op afstand voor consumenten waardoor de koop vernietigd kon worden.