Wel/geen kinderontvoering?

Met mijn Spaanse vriend en ons zoontje wonen wij in Nederland. Ik heb hier mij eigen woning en werk. We zijn pas op vakantie gegaan naar Spanje. Daar heeft mijn vriend een eind gemaakt aan onze relatie. Nu mag ik van hem niet terug naar Nederland met ons zoontje. Hij zegt dat dit kinderontvoering is en heeft alvast aangifte gedaan. Ook heeft hij onze paspoorten ingenomen. Valt hier wat tegen te doen?

Als beide ouders gezag hebben over hun kind, mag je niet zonder toestemming van de ander gezagsbeslissingen nemen, zoals een verhuizing (naar het buitenland). Jullie zijn op vakantie gegaan en hebben niet besloten te emigreren. Dat maakt dat de gewone verblijfplaats van jullie zoontje in Nederland ligt. Volgens het Kinderontvoeringsverdrag is er sprake van een internationale kinderontvoering als een kind vanuit zijn gewone verblijfplaats is overgebracht naar – of achtergehouden in – een ander land, zonder toestemming van de andere ouder met gezag. Terugkeer vanuit Spanje naar Nederland is dan geen kinderontvoering. Je brengt hem immers terug naar het land van zijn gewone verblijfplaats. Zonder paspoorten kan je niet vliegen. En voor een vervangend reisdocument bij de Nederlandse ambassade in Spanje, heb je toestemming van je ex nodig. De aangifte lijkt mij niet correct. Er is immers geen strafbaar feit gepleegd. Om problemen te voorkomen: snel met de auto terug naar Nederland. En dan meld je bij je gemeente dat jij de paspoorten niet meer hebt en vraag je bij de rechter vervangende toestemming voor een nieuw reisdocument voor jullie zoontje en vaststelling hoofdverblijf bij jou. Goede reis.

 

Ingrid Maste

Hillen van Tol
Advocaten Mediators

Puppie love

(Art. 3:86 lid 1, 3:119 lid 1, 5:18, 7:414 BW)

Moeder koopt van een fokker een pup voor haar dochtertje. Helaas kon de dochter niet wennen aan de pup en moeder zag zich genoodzaakt een oplossing te vinden.

Moeder gaf daarop de pup met mand en speeltjes terug aan de fokker met de opdracht aan de fokker om voor de pup een lieve familie te vinden.

Dochter kreeg echter spijt van haar beslissing en vroeg aan moeder om de pup terug te halen. Helaas voor moeder en dochter was de pup inmiddels verkocht en geleverd aan een lieve familie conform de opdracht.

In eerste instantie wordt de zaak voorgelegd aan de kantonrechter die alle vorderingen van de moeder afwijst. Moeder stelt daarop in kort geding tegen de koper een revindicatie (terugvorderingsactie) in en vordert tevens ongedaan making van de gewijzigde registratiegegevens van de chip die geïmplanteerd was in de pup.

Volgens moeder was de koper niet te goeder trouw omdat de fokker niet beschikkingsbevoegd was de pup te verkopen en de koper dit wist omdat de opdracht luidde een lieve familie te zoeken voor de pup.

Het hof oordeelt dat de koper als bezitter dient te worden beschouwd en als zodanig het wettelijk vermoeden als eigenaar te gelden tenzij de koper niet te goeder trouw was. De moeder dient dit te bewijzen.

Het hof meent dat de opdracht om een lief gezin te vinden voor de pup geen eigendomsoverdracht is maar een lastgeving. Deze lastgeving kan volgens het hof niet anders worden begrepen dan de pup weg te geven of te verkopen.

Helaas voor de moeder en dochter bleef de pup dus bij de koper.

Deze uitspraak toont aan dat een dergelijk verzoek moet worden beschouwd als een lastgeving. Degene die dit aanvaard wordt daarmee niet beschikkingsbevoegd maar moet wel volgens de lastgeving handelen. Dat kan weggeven of verkopen, zoals hier, omvatten.

 

Mr. Gérard Koopal

 

Bron: Prg. 2024/17

Verkeerde keuken aangepast

Vanwege haar handicap had onze bejaarde klant destijds een aangepaste keuken gekregen van de woningbouw. De woningen waren toe aan renovatie en de door de woningbouw ingeschakelde aannemer zegde mondeling toe dat onze klant haar aangepaste nieuwe keuken zou krijgen. Niets aan de hand dus.

 

Toen de renovatie af was, bleek echter dat de aangepaste keuken niet bij de klant maar bij haar buurvrouw was geplaatst. De buurvrouw was er blij mee, maar had er niet om gevraagd. Onze klant klopte aan bij de beheerder en gaf aan dat er een misverstand moest zijn. Zij vroeg of haar keuken alsnog kon worden aangepast, want zo kon zij zich niet vrijelijk bewegen door haar handicap. Volgens de beheerder was er geen sprake van een misverstand, want nergens stond aangegeven dat de keuken moest worden aangepast.

De klant en Maatschappelijk Werk richtten zich tot de Wetswinkel. Op de eerste schriftelijke actie werd echter negatief gereageerd. Men verwees naar de eerdere mondelinge en schriftelijke reacties naar de klant toe. Daarin stond dus dat er geen sprake van een misverstand was. Wel werd toegestaan dat klant tegen eigen kosten, de keuken mocht aanpassen. Dat kon klant echter niet betalen.

De buurvrouw was bereid te getuigen dat onze klant het verzoek wel degelijk had gedaan. Zij was daarbij aanwezig geweest. Zij gaf in haar getuigenis aan blij te zijn met de aangepaste keuken, maar daar niet om te hebben gevraagd en lichtte de omstandigheden toe.

Wij hebben toen weer een dringend beroep gedaan op de beheerder en de verhuurder om toch voor aanpassing te zorgen nu er toch duidelijk sprake was van een misverstand.

Namens de verhuurder gaf de beheerder uiteindelijk aan hierin mee te gaan. De keuken is inmiddels aangepast en de klant kan zich als vanouds goed bewegen in de keuken.

Conclusie: hoewel de juridische argumenten niet sterk waren, hebben wij het verschil kunnen maken.

Geweigerde urgentieverklaring

Het Vierde Huis is de gemeentelijke instantie die is belast met het beoordelen en afgeven van urgentieverklaringen. Het weigerde een gezin met vijf kinderen een urgentieverklaring. Het gezin bewoont een klein appartement. Zij hebben dat zo goed mogelijk aangepast aan de omstandigheden, maar het is te klein. Het Vierde Huis heeft het besluit nauwelijks gemotiveerd en is niet ingegaan op deskundigenverklaringen. Wel vonden zij dat de ouders beter aan geboortebeperking hadden kunnen doen.

 

Einde van een droom:

Sinds het gezin het appartement betrok is de situatie erg veranderd. De financiële situatie was gezond en het echtpaar overwoog een eigen huis te kopen, gericht op gezinsuitbreiding. Alles veranderde toen eerst de vrouw haar baan verloor en later de man. Zij belanden in de WSNP en krabbelden weer langzaam op. De man vond een baan, zij het tegen een lager salaris dan eerst. Inmiddels had gezinsuitbreiding plaatsgevonden, omdat het gezin hoop op betere tijden behield. Langzaamaan werd duidelijk dat de kinderen een lichte beperking hadden.

Zorg voor de kinderen:

De kinderen zitten op een speciale school. Het gezin wordt begeleid door Jeugdzorg en Maatschappelijk Werk. Met een degelijke begeleiding kunnen zij de achterstand inhalen en een normaal gezinsleven leiden. Het is nodig dat zij in een stabiele omgeving wonen, met ruimte voor het individuele kind. De zorg kost echter veel tijd.

De zoektocht, de begeleiding en de afwijzing:

Het zoeken naar een passende woning is een hele opgave. Telkens worden zij afgewezen of uitgeloot. De verschillende deskundigen staan volledig achter de urgentieaanvraag. Het Vierde Huis wijst toch af, al wordt erkend dat de situatie niet benijdenswaardig is. Zij vindt de situatie niet nijpender dan vele andere situaties. Ook de uitzonderingsregel komt niet in aanmerking. Het Vierde Huis vindt dat het gezin zelf schuld draagt aan de situatie. Zij hadden beter gezinsbeperkende maatregelen kunnen nemen.

Betrokkenheid Wetswinkel:

De ouders en Maatschappelijk werk, vroegen advies aan de Wetswinkel bij het schrijven van een bezwaarschrift. Na overleg besloten wij het bezwaarschrift te schrijven.

Het bezwaarschrift:

Wij waren van mening dat het Vierde Huis de richtlijnen oneigenlijk heeft toegepast. Verder vonden wij het uiterst ongepast en een inmenging in de persoonlijke levenssfeer dat een opmerking werd gemaakt over de geboortebeperkende maatregelen die het gezin maar had moeten nemen.

Wij bestreden dat de uitzonderingsregel niet van toepassing was. Ondersteunend was dat er volstrekt niet werd ingegaan op de verschillende deskundigenverklaringen. Het afgeven van de urgentieverklaring zou een preventieve werking hebben, doordat de ontwikkeling van de kinderen uiteindelijk tot lagere kosten zouden kunnen leiden.

De Uitkomst:

Het gezin mocht het bezwaarschrift tijdens de zitting komen toelichten. Toen bleek dat onder meer de deskundigenverklaringen niet eens waren gelezen en het Vierde Huis ook op andere punten had gefaald.  De urgentieverklaring is afgegeven en het gezin krijgt voorrang op de toewijzing van een passende woning en zal daarbij worden ondersteund.

Conclusie: Met een beetje extra inspanning kan de Wetswinkel dus het verschil maken!

Dient werknemer proceskosten werkgever te vergoeden bij leugens?

Een werknemer heeft voor zijn werk bij zijn werkgever gebruik gemaakt van het bedrijf van zijn vriendin om (transport)documenten aan te maken en deze voor echt te laten doorgaan. Nadat zijn werkgever hierachter komt krijgt de werknemer ontslag op staande voet. Werknemer start daarop een procedure bij de rechtbank Rotterdam (kamer voor kantonzaken) om het ontslag ongedaan te maken.

Tijdens deze procedure blijkt de werknemer het met de waarheid niet zo strikt te nemen, nauw betrokken te zijn bij het bedrijf van zijn vriendin en hij probeerde zijn handelingen en gedragingen te verdoezelen met valse documenten en een (valse?) getuigenverklaring. Hij heeft zich tevens voorgedaan als iemand anders en ook heeft hij een ander persoon geld aangeboden om een valse verklaring te ondertekenen zodat die verklaring als bewijs kon worden gebruikt in de procedure. Voor de kantonrechter is dit gedrag voldoende om het ontslag op staande voet te kunnen dragen en vaststaat dat dit ontslag terecht is.

Het mag duidelijk zijn dat de werknemer in deze casus ook strafbaar handelt door uitlokking van valsheid in geschrifte.

Een partij die op deze wijze tracht te procederen is onrechtmatig aan het handelen en dus moeten alle redelijke kosten voor het procederen van de werkgever worden vergoed.

Moraal van het verhaal: liegen tijdens een procedure kan consequenties hebben. In dit geval dienen de proceskosten van de tegenpartij (werkgever) vergoed te worden. (Geschat op € 15.000,00) Het ontslag op staande voet blijft in stand.

Mr. Gérard Koopal

Bron: Prg. 2023/345; ECLI: NL:RBROT:2023:9539

De kosten voor omgang rijzen de pan uit

Mijn ex is een paar jaar geleden naar haar vriend in een andere plaats verhuisd met onze kinderen. Ik had daarvoor geen toestemming verleend. De afstand tussen onze woningen is circa 250 km. Per OV duurt dat bijna 3 uur. Ik heb een auto moeten leasen voor de omgang. Kan ik die kosten in mindering brengen op de kinder- of partneralimentatie?

 

Nu jouw ex is gaan samenwonen met haar partner, is de partneralimentatie vervallen. Die hoef je dus vanaf dat moment niet meer te betalen. Heb je dat wel gedaan, dan kan je de betaalde alimentatie terugvorderen. Jouw ex is met de kinderen verhuisd zonder jouw toestemming. Die plaats is redelijkerwijs niet per openbaar vervoer te bereiken. Het is dan redelijk dat je autokosten, zoals leasekosten meeneemt in de berekening van de kinderalimentatie. Dit bereken je volgens een formule. En dan worden niet de volledige leasekosten in mindering gebracht, maar 70% daarvan. Lukt het niet daar samen uit te komen, dan kan je bij de rechter een verzoek indienen de alimentatie lager vast te stellen. En als je nu meer inkomen hebt dan toen de alimentatie indertijd is vastgesteld, is het maar de vraag of je per saldo gunstiger uitkomt. Laat dit dus tevoren goed uitrekenen door een familierechtadvocaat.

 

Ingrid Maste
Hillen van Tol
Advocaten Mediators

Verjaard of toch niet?

Een oud-student studeerde in 2008 af met een studieschuld bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (“DUO”). De oud-student komt er nu, 15 jaar later, bij toeval achter dat hij destijds recht zou hebben gehad op verlenging van zijn prestatiebeurs. Zijn studieschuld zou dan lager zijn geweest.

Na afloop van zijn studie kreeg hij namelijk de diagnose ADHD. Dat verklaarde waarom hij moeite met studeren had en zo een flinke vertraging opliep. ADHD’ers hebben namelijk last van concentratieverlies.

In overleg met een studiedecaan van de universiteit heeft hij een verzoek bij DUO ingediend tot (gedeeltelijke) vergoeding. Het verzoek werd ondersteund door de decaan en ging vergezeld van een medische verklaring van een arts. DUO wees het verzoek af en gaf aan dat dit binnen 5 jaar na afstuderen had moeten gebeuren.

De oud-student is het niet eens met deze uitkomst en wil bezwaar aantekenen. De tekst van het bezwaar wordt ons voorgelegd.

De verjaringstermijn die DUO noemt blijkt intern beleid en is niet voor het publiek kenbaar. Het is ook wettelijk niet geregeld. Sterker, DUO heeft recent een voorstel bij het Ministerie voorgelegd om de verjaringstermijn wettelijk vast te leggen. Dat is echter nog niet gebeurd.

De oud-student weet van twee lotgenoten, die eenzelfde verzoek eerder hebben ingediend, dat zij gelijk hebben gekregen. Het bezwaarschrift werd onderbouwd met deze argumenten. Een verwijzing dus naar de vergelijkbare zaken, waarin positief is beslist en het ontbreken van een wettelijke grondslag voor de 5 jaar termijn.

DUO heeft hierop nu positief gereageerd. De oud-student zal (gedeeltelijk) worden gecompenseerd en krijgt dat bedrag teruggestort. De studieschuld was namelijk al afgelost.

 

Harry de Geest

Wetswinkel Almere

Taart voor alle vrijwilligers

Op vrijdag 15 december kregen de vrijwilligers van de Wetswinkel, zo’n 25 in totaal, hun kerstpakketten uitgereikt tijdens een gezellige borrel.

Wetswinkel genomineerd door VMCA
De vrijwilligersorganisatie VMCA zette de Wetswinkel op vrijdag 8 december 2023 in het zonnetje met een grote taart. De Wetswinkel was genomineerd als vrijwilligersorganisatie van het jaar. Dat werden we uiteindelijk niet, maar de taart hebben we met plezier gedeeld met onze vrijwilligers.

Wel of geen gemeenschap van goederen?

Voordat wij in 2020 trouwden heeft mijn man een schenking gehad van zijn ouders. Daarbij is bepaald dat die niet in een gemeenschap van goederen zou vallen. Kort daarna hebben we samen een huis gekocht, die deels is betaald van die schenking. We gaan nu scheiden en hij wil dat geld van de schenking terug. Maar we zijn toch in gemeenschap van goederen getrouwd?

 

Als je na 1 januari 2018 bent getrouwd, geldt een beperkte gemeenschap van goederen. Alles wat je hebt ingebracht blijft van jezelf. Tenzij je huwelijkse voorwaarden hebt gemaakt bij de notaris. Jullie hebben samen een woning ingebracht en dus is die van jullie samen. Dat de woning is deels is betaald door een schenking maakt daarvoor geen verschil. Dat zou hetzelfde zijn als een van jullie een groter deel van het aankoopbedrag zou hebben betaald. Bijvoorbeeld door verkoop van zijn of haar eigen woning of gebruik van spaargeld. Wil je dat anders, dan moet je huwelijkse voorwaarden maken. Maar in jullie geval is er sprake van een schenking onder uitsluitingsclausule en dat gaat vóór de regels van de gemeenschap van goederen, aldus het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het gaat dus alleen om het bedrag van de schenking en niet om een groter aandeel in de woning of het bedrag met een inflatiecorrectie. Jouw man heeft dus recht op het bedrag van die schenking.

 

Ingrid Maste
Hillen van Tol
Advocaten Mediators

aanpassen afgesproken hoge kinderalimentatie

Met de moeder van ons kind heb ik afgesproken € 950 kinderalimentatie te betalen. Dit bedrag was toen door de moeder gevraagd en ik heb dat toegezegd omdat ik mij schuldig voelde over de scheiding. Maar het lukt mij niet meer om zoveel te blijven betalen. En ik vraag mij af of het niet teveel is. Want wat kost een kind nu eigenlijk? Hoe moet je dit berekenen?

 

Als je een alimentatieovereenkomst hebt gesloten, ben je verplicht die na te komen. Afhankelijk van het gezinsinkomen en het aantal minderjarige kinderen op het moment van uiteengaan, kost een kind tussen de € 150 (bij een gezinsinkomen van € 1.500 netto of minder) en € 870 (bij een gezinsinkomen van € 6.000 netto of meer). Een alimentatie van € 900 is dus meer dan jullie kind kost. Tabellen hiervoor staan op rechtspraak.nl. De tabellen gelden niet voor uitzonderingssituaties, bijvoorbeeld als jullie kind veel meer kost in verband met bijv. topsport. Bovendien moeten beide ouders in die kosten bijdragen. Het lijkt erop dat er een wanverhouding is tussen wat jullie hebben afgesproken en tot welk bedrag een rechter zou komen. Op zich is die wanverhouding geen reden om de alimentatieovereenkomst aan te passen, als dat bewust is gedaan. Bij het maken van de afspraak kan je namelijk een berekening maken en dan tóch nog een veel hoger bedrag afspreken. Kinderalimentatie moet namelijk (minimaal) voldoen aan de wettelijke maatstaven. Meer mag, minder niet. Maar bij jullie is er geen berekening gemaakt. In dat geval kan je de rechter vragen om een bedrag te laten vaststellen als jullie er samen niet uitkomen.

 

Ingrid Maste

Hillen van Tol
Advocaten Mediators