Afd. bestuursrechtspraak soepeler dan rechtbank na postperikelen

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State toont zich in een recente uitspraak soepeler dan de rechtbank bij de beoordeling van de vraag of termijnoverschrijding vanwege niet (tijdig) ontvangen poststukken verschoonbaar is.
beeld: Depositphotos

In haar uitspraak van 15 oktober 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:4946) oordeelt de Afdeling dat de rechtbank de termijnoverschrijding van het door de golfvereniging ingestelde beroep ten onrechte niet verschoonbaar heeft geacht. De vereniging was in beroep gegaan tegen de afwijzende beslissing op haar subsidieaanvraag. Aan zijn oordeel had de rechtbank ten grondslag gelegd dat de vereniging haar beroep buiten de beroepstermijn heeft ingediend en zij niet aannemelijk heeft gemaakt geen afhaalbericht te hebben ontvangen van het bestreden besluit. Dat besluit was, nadat het als aangetekend poststuk niet in handen van de vereniging kon worden gesteld, overgebracht naar een PostNL-afhaalpunt.

De vereniging stelde ook in hoger beroep hiervan geen afhaalbericht te hebben ontvangen. De Afdeling overweegt dat als het interne systeem van het postvervoerbedrijf laat zien dat de bezorger het stuk op het juiste adres heeft uitgereikt of daar een zogenoemd afhaalbericht in de brievenbus heeft achtergelaten, dit het vermoeden rechtvaardigt dat het stuk op regelmatige wijze is aangeboden. Het ligt op de weg van een belanghebbende die stelt geen afhaalbericht te hebben ontvangen dit vermoeden te ontzenuwen. Hiervoor is niet vereist dat hij aannemelijk maakt dat het stuk niet is ontvangen of aangeboden; voldoende is dat belanghebbende feiten en omstandigheden aanvoert op grond waarvan redelijkerwijs kan worden betwijfeld of het stuk is ontvangen of aangeboden.

De Afdeling stelt vast dat de vereniging in dit verband heeft aangevoerd dat de postbezorging van PostNL tekortschiet en dat zij herhaaldelijk geen afhaalberichten van PostNL heeft ontvangen in de situatie dat een per aangetekende post verzonden poststuk niet aan haar kon worden aangereikt. Volgens de vereniging gebeurde dat ook met de poststukken van de rechtbank, zij het dat de vereniging die stukken op een later moment wel per gewone post heeft ontvangen. Ook stelt de vereniging het poststuk bij PostNL te hebben opgehaald, indien (wel) een afhaalbericht zou zijn achtergelaten. De Afdeling ziet geen aanleiding de vereniging niet te volgen in haar stelling dat zij geen afhaalbericht heeft ontvangen. In dit verband is onder meer van belang dat de vereniging gemotiveerd heeft uiteengezet dat zij hetzelfde probleem met de poststukken van de rechtbank heeft ervaren. Verder is van belang dat de vereniging zelf heeft gebeld om te informeren waar het besluit bleef.

Gelet hierop en gelet op de conclusie van staatsraad advocaat-generaal Wattel van 15 maart 2024 (ECLI:NL:PHR:2024:355) heeft de vereniging het aan de gegevens van PostNL ontleende vermoeden ontzenuwd. Daarom moet worden aangenomen dat het bestreden besluit niet op regelmatige wijze op het adres van de vereniging is aangeboden. Omdat de rechtbank het beroep van de vereniging binnen zes weken, nadat de vereniging alsnog van het besluit op de hoogte is gesteld, heeft ontvangen concludeert de Afdeling dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de vereniging verwijtbaar te laat beroep heeft ingesteld (vgl. de Afdelingsuitspraak van 2 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1406).

Een terechte beoordeling van de verschoonbaarheid van een termijnoverschrijding waarbij een belangrijke rol lijkt te hebben gespeeld dat de postbezorging door PostNL in algemene zin vaak tekortschiet. Ook het advies van AG Wattel tot een soepelere benadering op dit vlak heeft invloed gehad. Het is te hopen dat in dergelijke zaken een hoger beroep in de toekomst niet meer nodig is om dit resultaat te bereiken.

Retourzending niet ontvangen door verkoper

Door: mr. Gérard Koopal, lid NVRA

Wie heeft nog nooit iets retour gezonden na een koop op internet? Ik in ieder geval wel en tot nu toe ging dat altijd zonder problemen. In onderstaand geval ging dat behoorlijk mis en werd de klant voor de rechter gedaagd om alsnog te betalen.

Een vrouw koopt in de webshop van Zalando voor € 512,85 kleding die ook afgeleverd wordt. Mevrouw koopt als consument deze kleding en dus valt de koop onder de term: “consumentenkoop”. Een van de rechten, die hieruit voortvloeien, is dat de consument 14 dagen de tijd heeft om de bestelling te beoordelen na ontvangst en eventueel, zonder vragen te beantwoorden, binnen de 14 dagen het bestelde mag terugsturen.  Dit wordt “herroepingsrecht” genoemd. De vrouw heeft van dit recht gebruikt gemaakt, het pakket teruggestuurd maar het pakket is niet aangekomen bij Zalando.

De klant heeft het bedrag van de niet retour ontvangen kleding niet betaald en wordt daarom voor de rechter gedaagd door een opvolger van Zalando, genaamd Alektum, die de vordering overgedragen heeft gekregen (dit wordt “cedering” genoemd) en daardoor belang heeft gekregen op betaling van het bedrag. Deze opvolger eist volledige betaling van de bestelling maar de klant stelt dat zij de kleding keurig op tijd, binnen 14 dagen, en volgens de voorwaarden van Zalando heeft teruggezonden. Ze heeft zelfs het retourlabel van DHL gebruikt, dat Zalando verstrekt na aanmelding van een retour op de website,

De kantonrechter is van mening dat mevrouw niet hoeft te betalen en geeft haar volledig gelijk.

Mevrouw heeft van haar 14 dagen herroepingsrecht gebruik gemaakt en voldeed aan haar terugzendplicht. Zij heeft voor het tijdig terugsturen een retourlabel van DHL gebruikt dat door Zalando is verstrekt en dus volledig voldaan aan de eisen die daaraan zijn gesteld. De vrouw kon met bewijsstukken aantonen dat zij het pakket tijdig aan DHL had aangeboden.

Dat Zalando de kleding niet heeft ontvangen neemt niet weg dat mevrouw de kleding, volgens alle regels die daarvoor staan, heeft teruggestuurd. Het risico van niet ontvangen of verdwenen pakketten ligt derhalve bij de verkoper. De eiseres Alektum heeft bovendien in strijd met de waarheidsplicht gehandeld door het verweer van mevrouw in de dagvaarding achterwege te laten terwijl mevrouw dit meerdere keren aan eiseres heeft laten weten.

ontslag op staande voet voor wegnemen “weesfiets”

Door: mr. Gérard Koopal, lid NVRA

 

Een werkneemster neemt uit de fietsenstalling van een ziekenhuis een fiets weg die niet op slot stond  en het zadel en de standaard wiebelde, aldus de werkneemster. Volgens haar was het een “weesfiets”, oftewel een fiets die achtergelaten en verlaten was door iemand.

De “weesfiets” bleek echter van een bezoeker van het ziekenhuis te zijn die na het bezoek om zes uur ’s middags tot de ontdekking kwam dat zijn fiets weg was. Hij benaderde de bewaking van het ziekenhuis om, samen met de bewaking, de videobeelden te mogen bekijken. Hierop was te zien dat een medewerkster van het ziekenhuis eerst fietsend op haar eigen fiets de stalling verliet en drie kwartier later lopend terugkwam om de “weesfiets” weg te nemen.

De werkgeefster ging ervan uit dat de werkneemster een fiets gestolen had en, gezien haar verantwoordelijke functie, had moeten begrijpen dat dit niet kon.

De werkneemster stelde dat de fiets er verlaten en onverzorgd uitzag waardoor zij, ten onrechte, meende met een weesfiets te maken te hebben. Zij is voorstander van een circulaire economie en wilde de fiets opknappen waardoor deze een tweede leven zou hebben. De werkgever had hier geen begrip voor vanwege haar functie, verantwoordelijkheid en het verlies van vertrouwen en ontsloeg de werkneemster op staande voet.

De rechter was het eens met de werkgeefster. Deze meende dat het wegnemen van een fiets, zonder toestemming van de eigenaar, diefstal is. Uit de foto’s van de fiets was ook niet te zien dat het een slecht onderhouden fiets was, integendeel. Zij kon dus in alle redelijkheid niet de overtuiging hebben gehad dat het om een weesfiets ging. Er is echter geen sprake van een impulsieve ondoordachte daad zonder kwade bedoelingen.  Bovendien had de werkneemster ook een briefje op de fiets kunnen plakken of hangen en te wachten of de rechtmatige eigenaar zou reageren. Al dit had de werkneemster moeten begrijpen voordat zij tot haar actie overging.

Het ontslag op staande voet bleef intact.

vriendin van mijn ex op het schoolplein

Sinds onze scheiding hebben wij een co-ouderschap: week op week af. Ik hoorde dat de vriendin van mijn ex de kinderen op school ophaalt en dat ze ook naar de ouderavonden wil meekomen. Ze bemoeit zich ook al met hun huiswerk omdat zij parttime werkt. Daar zit ik helemaal niet op te wachten en wat moet zij met onze kinderen? Ik ken haar niet eens en kan ik daar wat tegen doen?

 

De ouder met gezag mag anderen vragen de kinderen te brengen of op te halen bij school, sport etc. Vaak zie je dat nieuwe partners dat doen of opa/oma. Als jij daar een probleem van maakt, zal vader zijn vriendin schriftelijk moeten machtigen, zodat school, sport etc. daar naar moet handelen en de kinderen moeten meegeven. Juridisch kan je daar niets tegen doen. Dat hoort bij het leven. Het is anders als de partner of opa/oma bij de tienminutengesprekken komt zitten. Daar worden privacygevoelige informatie over jullie kinderen besproken. Zonder toestemming van beide ouders, horen derde belangstellenden daar niet toegelaten te worden. Als deze vriendin echter ook de dagelijkse zorg over jullie kinderen heeft en helpt met schoolopdrachtjes in de “papaweken” heeft zij misschien meer zicht op hoe dat gaat dan vader zelf. En dan kan het wel in hun belang zijn dat zij bij die gesprekken aanwezig is. Maar zij en vader kunnen dat niet afdwingen. Feit is dat de vriendin een belangrijke rol in het leven van jullie kinderen heeft. Wellicht is het een idee om eens kennis te maken?

 

Hillen van Tol
Advocaten Mediators

Ingrid Maste

Minimum loon moet altijd giraal worden betaald

Door: mr. Gérard Koopal, lid NVRA

 

In het verleden werden lonen, middels het beroemde loonzakje, contant uitbetaald aan werknemers. Daarvoor was een goede reden: niet iedereen had een bankrekening waarop het salaris kon worden gestort. Bovendien was salaris destijds een “haalschuld”, dat wil zeggen dat een werknemer zelf zijn salaris moest afhalen bij zijn baas. (Dit in tegenstelling tot een “brengschuld” zoals huur of geldschulden.) Die tijden zijn inmiddels achterhaald. Bijna iedereen heeft tegenwoordig een bankrekening dus contante betaling van het salaris in een loonzakje is achterhaald alhoewel dat nog steeds mogelijk is onder bepaalde voorwaarden.

De vraag of het minimumloon van een werknemer contant kon worden betaald, speelde een rol bij de volgende zaak waarbij een volledig arbeidsongeschikte werknemer het salaris persoonlijk moest afhalen op het bedrijf, omdat de werkgever het niet over wou maken op de bankrekening wegens verrekeningen en tegenvorderingen. De werknemer vorderde daarom bij voorlopige voorziening het volledige salaris giraal over te maken en eiste de wettelijke verhoging van 50%. (Indien er te laat wordt betaald, is er een wettelijke regeling dat er een boete volgt die staffelt, hoe langer niet betaald hoe hoger het percentage. Het maximum is 50 % verhoging en de wettelijke rente daarover. Zie ook: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/arbeidsovereenkomst-en-cao/vraag-en-antwoord/wanneer-betaalt-mijn-werkgever-mijn-loon).

 

De kantonrechter oordeelde dat de werkgever niet gerechtigd was om verrekeningen toe te passen omdat de werknemer tijdens zijn ziekte minder dan het minimumloon verdiende en het minimumloon niet vatbaar is voor verrekening, voor zover er al sprake is van tegenvorderingen.

Ook stelt de kantonrechter duidelijk dat het minimumloon altijd giraal moet worden overgemaakt. Ook het standpunt van de werkgever dat de werknemer tijdens zijn ziekte het salaris contant op het bedrijf moet afhalen vindt de kantonrechter nonsens. De kantonrechter meent dat dit alleen gedaan is om de werknemer tijdens zijn ziekte op het bedrijf te laten komen.

De kantonrechter veroordeelde de werkgever om het salaris per bancaire overschrijving volledig te voldoen, zonder verrekeningen, en tevens diende de werkgever de wettelijke verhoging van 50% te betalen aan werknemer.

Recht op vakantie uren bij slapende arbeidsovereenkomsten

Door: mr. Gérard Koopal, lid NVRA

De laatste tijd is er beweging in het arbeidsrecht omtrent “slapende arbeidsovereenkomsten”. Als een werknemer ziek wordt en deze ziekteperiode 2 jaar heeft geduurd, dan is er voor de werkgever geen verplichting meer om het salaris te betalen ondanks dat de arbeidsovereenkomst nog steeds voortduurt. Officieel bestaat er dus nog steeds een arbeidsovereenkomst omdat deze niet is opgezegd of ontbonden. Dit noemt men een “slapende arbeidsovereenkomst”.

Tot nu toe ging men ervan uit dat dit “slapen” voor alle rechten en plichten gold, voortvloeiende uit de arbeidsovereenkomst maar daar is nu een “voorlopige” verandering in gekomen door een recente uitspraak.

Let wel: dit is een unieke uitspraak van één kantonrechter en is dus nog geen vaste jurisprudentie maar laat wel zien dat er een verandering kan komen.

De kantonrechter in Arnhem kreeg in augustus 2025 de vraag voorgelegd of bij een slapende arbeidsovereenkomst er nog wel vakantie uren werden opgebouwd, tenslotte was er nog steeds een arbeidsovereenkomst alleen de plicht tot het uitbetalen van salaris was er niet meer.

De werknemer verzoekt de werkgever om de arbeidsovereenkomst te ontbinden en daarmee een transitievergoeding vast te stellen en uit te betalen. De werkgever wil daaraan niet meewerken en betaald alleen de vakantiegelden uit. Hierop gaat de werknemer naar de rechter om ontbinding aan te vragen, de transitievergoeding en tevens de opgebouwde maar niet genoten vakantie uren uit te betalen tot het einde van de arbeidsovereenkomst.

De rechter in zake doet een verwijzing naar het Europese Richtlijn 2003/88/EG. Art. 31 lid 2 Handvest Grondrechten EU biedt uitkomst. Hierin wordt gewezen op de vakantierechten die werknemers hebben waarin staat dat zij niet alleen vakantie uren opbouwen tijdens de periode waarin zij recht op loon hebben maar ook daarna tijdens de ziekte periode na twee jaar ziekte ongeacht of zij recht hebben op loon of niet.

toestemming nodig voor verkoop eigen huis?

TOESTEMMING NODIG VOOR VERKOOP EIGEN HUIS?

In 2023 zijn wij getrouwd en ik had toen al mijn eigen huis waarin we nu wonen. We gaan binnenkort scheiden, maar we wonen nog onder één dak. Hij wil mijn huis niet uit en ik wil het huis nu verkopen. Mijn man zegt dat nu niet te willen, maar het is toch mijn huis?

 

Als je na 1 januari 2018 bent getrouwd is dat in de beperkte gemeenschap. Tenzij jullie bij huwelijkse voorwaarden wat anders hebben bepaald. Alles wat je voor het huwelijk in eigendom had, blijft alleen jouw eigendom. Dat geldt ook voor jouw huis. Maar omdat jullie nu nog getrouwd zijn en daar nu allebei nog wonen, geldt het ook als een “huwelijkse woning”. Daarom heb je ook de toestemming van jouw man nodig bij verkoop. Dat vervalt als hij er niet meer woont. Die bepaling geldt ook als je op huwelijkse voorwaarden bent getrouwd en ongeacht of dat voor of na 1 januari 2018 is geweest. Het geldt alleen voor de woning én de daartoe behorende inboedel. Wist je dat je ook toestemming van je echtgenoot/echtgenote nodig hebt als je een flinke gift wil doen, tenzij het een gebruikelijke gift betreft. Was je gewend je kind ieder jaar een bepaald bedrag te schenken, dan mag je dus daarmee doorgaan. Maar niet zonder toestemming als je nu ineens een flink bedrag wil schenken voor bijvoorbeeld de aankoop van een huis, auto of voor een mooie reis. Ook als het van je eigen geld is.

 

Ingrid Maste
Hillen van Tol
Advocaten Mediators

Het gevaar van AI bij juridische problemen

Het gevaar van artificiële intelligentie (AI) bij juridische problemen.

Door: mr. Gérard Koopal, lid NVRA

Iedereen heeft inmiddels op de een of andere manier al kennis gemaakt met AI. De bekendste zijn waarschijnlijk wel de klantenservice van webwinkels of instellingen. Daarnaast zijn er vele AI’s die op een computer gebruikt kunnen worden in een browser zoals gemini of copilot. Daarnaast zijn er vele AI’s die specifieke taken kunnen vervullen zoals plaatjes maken, muziek of teksten schrijven en nog veel meer. Nieuwe ontwikkelingen waar iedereen mee te maken krijgt of dat al heeft mogen ervaren. Het lijkt wel magisch dat je een vraag stelt en dat je een persoonlijk antwoord krijgt dat van toepassing is in jouw situatie. Zelfs radiozenders, Easy fm in Almere bijvoorbeeld, maken gebruik van AI voor het samenstellen van nieuwsuitzendingen en/of muziekprogramma’s. Kortom, AI is overal tegenwoordig.

Dat AI behulpzaam kan zijn bij het schrijven of opstellen van brieven is ook niks bijzonders. Een motivatiebrief met een CV laten schrijven door een AI voor een sollicitatie is voor menigeen een uitkomst. Het maakt het leven minder moeilijk en vergroot je kans op die gewilde baan.

Het wordt echter anders als je AI gaat gebruiken voor het schrijven van juridische brieven. Ik krijg de laatste tijd veel voorbeelden van cliënten die met behulp van AI een brief of contract hebben laten schrijven en dat door mij laten controleren. Veelal bevatten deze stukken indrukwekkende taal maar of ze kloppen? Het kost mij meer tijd deze stukken te controleren op onjuistheden dan zelf iets te schrijven. Meestal kloppen ze dus ook niet. Een AI is zo goed als zijn database waaruit deze put (waar komt de informatie vandaan en van wie) en dat is juist het probleem. De database (LLM) waar de AI gebruik van maakt leert door de input van de gebruikers. Dat zijn meestal Amerikaanse gebruikers en Amerikaanse informatie die niet overeenstemmen met Europese en/of Nederlandse wetten en rechtspraak.  Dat is dus al afwijkend genoeg om niet in een officiële Nederlandse brief te gebruiken.  Daarnaast is er het privacy gevaar. U bent het product bij gebruik van een AI en alles wat u invoert wordt opgeslagen en gebruikt voor en door andere gebruikers! Weest dus bewust dat alles wat u intypt, ook persoonlijke of gevoelige informatie, openbaar wordt en gebruikt kan worden door anderen!

Mag u daarom geen AI gebruiken? Natuurlijk wel als u zich maar bewust bent van de gevaren die hierboven genoemd zijn. Voor zoekwerk en samenvattingen van teksten is het ideaal. Voor het schrijven van brieven die geen officieel karakter hebben en geen privacygevoelige inhoud bevatten, kan het ook prima gebruikt worden. Overigens gaat het snel met de ontwikkelingen van AI. Ook de Europese Unie houdt zich ermee bezig en er wordt wetgeving ontwikkeld en aangepast zodat het gebruik van AI veiliger wordt.

Woning opnieuw taxeren?

Vorig jaar zijn wij gescheiden en hebben wij voor de verdeling de woning laten taxeren. Ik zal deze overnemen tegen de taxatiewaarde. Maar mijn ex heeft die verdeling getraineerd en nu wil ze een nieuwe taxatie omdat de prijzen zouden zijn gestegen. Moet ik daar aan meewerken?

 

Begin dit jaar heeft bij de rechtbank Gelderland een dergelijke zaak gespeeld. Ook daar hebben partijen een taxatie laten verrichten, juist met het oog op de echtscheiding. Toen de taxatie bijna een jaar oud was en de woning nog niet was geleverd kwam het bij de rechter. De rechtbank oordeelde dat het een gegeven is dat het vervolgens enige tijd duurt voordat de woning ook daadwerkelijk aan een partner wordt geleverd via de notaris. Partijen hadden niet bij de taxatie de voorwaarde gesteld dat de woning snel zou worden geleverd. En dat de afwikkeling van de verdeling langer op zich heeft laten wachten, was niet specifiek aan de verkrijgende partij te wijten. Daarom achtte de rechtbank het niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid om die partij niet aan de taxatiewaarde te houden. Oftewel: een nieuwe taxatie kon niet via de rechter worden afgedwongen. Dus als je ex een nieuwe taxatie wil, had ze als voorwaarde bij de taxatie moeten stellen dat de woning binnen een bepaalde termijn aan jou wordt geleverd én loyaal aan de levering moeten meewerken. Wil je die uitspraak nalezen: ECLI:NL:RBGEL:2025:977.

Ingrid Maste
Hillen van Tol
Advocaten Mediators

Nieuwe penningmeester

Even voorstellen: Pieter Kleve, nieuwe penningmeester

 

Op 12 augustus 2025 ben ik toegetreden tot het bestuur van Wetswinkel Almere, in de functie van penningmeester. Op vakantie in het zonnige Portugal stuitte ik al browsend door het Almeerse nieuws op het internet bij toeval op de vacature penningmeester. Als gepensioneerd docent aan de juridische faculteit van de Erasmus Universiteit Rotterdam werd ik spontaan enthousiast. Hoewel voor velen de Zuid-as lonkt, ligt voor iedere aankomend jurist de oorspronkelijke motivatie voor een rechten studie immers in de sociaal maatschappelijke functie van het recht. In de juridische bijstand die je wil bieden aan mensen die dat nodig hebben. Recht is, zoals de vrijwilligers van de wetswinkel wel weten, niet de bestudering van wetboeken, maar het aandragen van oplossingen voor mensen die in de problemen zitten. Recht gaat over jou en over mij.

 

Nou, dat ik enthousiast wordt over vrijwilligerswerk bij de wetswinkel, dat is dan niet zo moeilijk voor te stellen. Maar penningmeester? In de tijd dat ik bij de EUR doceerde, vroeg ik wel eens tijdens de colleges aan de studenten wat zij nou eigenlijk de belangrijkste kwalificaties van juristen vonden. De antwoorden waren uiteenlopend, maar vooral gericht op juridische vakkennis, op allerlei gebieden, en op social skills. Ik stelde daar dan steevast tegenover dat de belangrijkste kwalificaties van juristen ‘taal’ en ‘rekenen’ zijn. ‘Taal’, omdat taal nu eenmaal het instrument van de jurist is. Je kunt juridisch nog zo goed onderlegd zijn – en dat mag ook worden verwacht van juristen – een goede taalvaardigheid is essentieel om je doelen te bereiken. Taalvaardigheid is voor een jurist wat het linkerbeen (en het rechterbeen) was voor Johan Cruijff. Die trouwens zelf ook over een bijzonder taalgebruik beschikte. Maar waarom dan rekenen? In juridische kwesties draait het uiteindelijk heel vaak om geld. En wat je niet wil, is dat een met moeite bereikt juridisch gelijk vervolgens in de concretisering vrijwel teniet wordt gedaan door slechte rekenvaardigheden. Bij onderhandeling over een geldbedrag, bijvoorbeeld, waar over een rentepercentage wordt gesproken, is het verschil tussen 3 of 4 procent niet 1 procent, maar 25 procent!

 

Affiniteit met geld en cijfers heb ik eigenlijk niet. Na mijn HBS-b diploma (tegenwoordig Atheneum met exacte vakken) ben ik wel gaan werken als assistent accountant en ben ik ook begonnen met de accountantsopleiding. Na anderhalf jaar hield ik dat voor gezien. Ik wilde geen ‘kostenpost’ zijn voor de bedrijven waar ik de administratie controleerde, maar een ‘opbrengstenpost’. De daaropvolgende tien jaar heb ik gewerkt als verkoper van bedrijfscommunicatie en van computers. Boekhoudcomputers waren in die tijd (1980) logge apparaten, die veel ruimte innamen, nog geen fractie konden van wat een goedkope laptop nu doet, en verkocht werden voor prijzen vanaf 100.000 gulden, oplopend tot 400.000 gulden.

 

In die tijd ben ik ook begonnen met mijn rechten studie aan de EUR. Dat deed ik ’s avonds, met 1 kind op mijn linkerbeen en 1 kind op mijn rechterbeen, die naar Sesamstraat keken, en met mijn studieboek daar tussenin. (Het 3e kind lag in de box …) Maar alles afgerond in de nominale studietijd (destijds 9 semesters). Mijn afstudeerscriptie ging over, hoe kan het ook anders als verkoper van computers: computercontracten. Het nuttige met het aangename verenigen. Maar, hoe kan het lopen in het leven, toen ik was afgestudeerd vroeg de hoogleraar bij wie ik mijn scriptie had geschreven of ik niet wilde blijven, want ze hadden graag mensen die vanuit de praktijk wat verstand van computers hadden. De daaropvolgende 33 jaar heb ik juridische vragen in de informatiemaatschappij gedoceerd aan de EUR. Privacy, e-commerce, computercriminaliteit, intellectuele rechten, grondrechten en de rechtswetenschappelijke vraag of ‘gegevens’ (data) juridisch als ‘goed’ gekwalificeerd kunnen worden. Over deze juridische iconen in het informatietijdperk heb ik in 2004 een proefschrift geschreven.

 

Wat is mijn binding met Almere? In 2000 ben ik voor de liefde naar Almere verhuisd. De beste beslissing in mijn leven. In Almere met mijn tweede vrouw getrouwd (door de burgemeester!) en onze zoon is hier geboren en opgegroeid. Als geboren en getogen Rotterdammer kon ik overigens snel ‘aarden’ in Almere. Rotterdam, stad van wederopbouw, en Almere, nieuw gebouwde stad.

 

Het penningmeesterschap van de wetswinkel wil ik vervullen tot we een jonger bestuurslid mogen verwelkomen. Voor vrijwilligersorganisaties is het van existentieel belang dat we jonge mensen – studenten maar ook jonge professionals – kunnen betrekken in maatschappelijke doelen nastrevende organisaties. Gelukkig ben ik zelf nog jong van hart en jong van geest … maar mocht jíj nu enthousiast worden van mijn verhaal, of ken jij iemand die daar enthousiast van zou worden, laten we dan eens met elkaar spreken over wat mogelijk is en over wat bij jou zou passen. Nieuwe ervaringen komen met nieuwe stappen.

 

In de afgelopen weken heb ik al met verschillende mensen van de wetswinkel kennisgemaakt. Komende zaterdag 13 september hoop ik op de flyerdag weer met meer mensen kennis te maken. Ik heb er enorme zin in!