Even voorstellen: Esther Julsing

Hi, ik ben Esther. Ik woon sinds een jaar in Almere, in de molenbuurt bij mijn vriend. Daarvoor woonde ik in Amersfoort, waar ik ben opgegroeid. Ik heb gestudeerd in Leiden, waar ik mijn Bachelor en Master heb mogen ontvangen. Ik heb tijdens mijn masterstudie gewerkt als junior bedrijfsjurist en ervaring opgedaan in het contractenrecht, verbintenissenrecht, arbeidsrecht, omgevingsrecht en eigendomsrecht. Naast werken houd ik van lezen, films kijken, italiaans leren en het spelen van RPG’s (role playing games, zoals Dungeons & Dragons ed).  Ik vind het erg leuk om vrijwilligerswerk te mogen doen bij de wetswinkel, zodat ik mensen met juridische problemen kan helpen. Ik ben zeer benieuwd naar de casussen en de mensen!

Toekomst gesubsidieerde rechtsbijstand

Toekomst gesubsidieerde rechtsbijstand

Iedereen kan op zeker moment in zijn leven in een nare situatie terecht komen, zoals een problematische echtscheiding, dreigend ontslag, hoogoplopende schulden of een conflict met een overheidsinstantie. Veel mensen zoeken dan de juridische weg. Daar wil het kabinet verandering in brengen. Het kabinet wil de problemen van mensen in een vroeg stadium oplossen en alleen waar nodig de weg naar de rechter bewandelen. Zo wil de minister het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand moderniseren.

De minister wil dat de problemen van mensen snel, effectief en laagdrempelig opgelost worden. Soms kan dat niet anders dan via de rechter, maar liever op een andere manier. Hij wil dat de oplossing centraal staat en niet de procedure. De mensen kunnen dan snel hun probleem achter zich laten en doorgaan met hun leven.

Het beroep op gesubsidieerde rechtsbijstand is de afgelopen 17 jaar gestegen met ruim 40%. Het biedt lang niet altijd een oplossing voor de moeilijkheden. Vaak is er sprake van een complexe samenhang van juridische, financiële, medische of sociale problemen. In zulke gevallen verandert een gerechtelijk vonnis over één aspect weinig aan wat er werkelijk aan de hand is. Het werkt vaak escalerend en vraagt om een andere, meer integrale aanpak, dicht bij de rechtzoekende.

Voor wie is dit toegankelijk?

Het kabinet wil het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand moderniseren. De toegang tot dat nieuwe stelsel begint heel breed, met informatie en advies voor iedereen. Het spitst zich vervolgens steeds meer toe, waardoor mensen precies die hulp krijgen die ze nodig hebben om hun problemen aan te pakken. Toegang tot het recht blijft daarbij voor iedereen gegarandeerd. Dat geldt ook voor de laagste inkomensgroep, die dan een beroep kan doen op een gesubsidieerde advocaat.

Het kabinet gaat de herziening langs vier lijnen vormgeven:

  1. Voor iedereen meer informatie en beter advies beschikbaar. De online informatie, zoals voorbeeldbrieven of een vraagbaak wordt beter toegankelijk. Mensen die persoonlijke hulp zoeken, kunnen straks dichtbij huis terecht op een juridisch spreekuur in de eigen buurt bij de bibliotheek of in het wijkcentrum.
  2. Er komt er een vorm van beoordeling aan de voorkant. Welke zaken komen wel en welke niet in aanmerking komen voor gesubsidieerde rechtsbijstand. Een onafhankelijke instantie maakt de afweging of rechtsbijstand echt noodzakelijk is, of dat iemand juist gediend is bij andere vormen van hulp.
  3. Rechtsbijstandsverleners krijgen straks een vergoeding voor de oplossing die ze bieden en niet, zoals nu, om te procederen. Het kabinet introduceert iets nieuws: rechtshulppakketten. Zo’n hulppakket bevat diverse elementen voor een vaste prijs. Denk bijvoorbeeld aan advies, mediation of hulp bij onderhandeling. Als die stappen een uitkomst bieden, is procederen niet nodig.
  4. De overheid kijkt kritisch naar zichzelf. Men wil een meer informele aanpak dat leidt tot minder escalatie en er komt meer ruimte voor persoonlijk contact en voor maatwerk.

De toegang tot het recht blijft gegarandeerd.  Echter de overheidsuitgaven mogen niet ontsporen. Voor de rechtshulpverleners zal deze stelselherziening leiden tot minder zaken, maar er ontstaat wel ruimte voor een betere beloning.

De komende tijd wordt het nieuwe stelsel voor gesubsidieerde rechtsbijstand verder uitgewerkt en stapsgewijs ingevoerd. Zo ver is het echter nog niet.

Simone Rutte
Wetswinkel Almere

Hoe kom ik van mijn huis en kosten af?

Wij waren getrouwd in gemeenschap van goederen. Nadat het verzoek om echtscheiding bij de rechtbank is ingediend, ben ik alle woonlasten blijven betalen om te voorkomen dat de bank ons huis in de executieverkoop zou zetten. Mijn ex is daar blijven wonen en weigert iets te betalen. Ik wil van het huis af. Wat zijn mijn rechten?

 

Als je samen eigenaar bent van een woning, heb je allebei het recht om daarvan gebruik te maken en allebei de plicht om je deel in de eigenaarslasten te betalen. Als jouw ex niet wil meebetalen, geef dan eerst informatie over deze verplichting die onder meer staat in artikel 3:172 BW. Ook kan je van je ex een vergoeding vragen voor het gebruik van jouw eigendomsdeel. Over de berekening van deze vergoeding wordt door rechters vaak verschillend geoordeeld. Een vergoeding van 2,5% over jouw helft van de overwaarde komt het meest voor. Daarvoor moet je de waarde van de woning weten. Een taxatie ligt hiervoor het meest voor de hand. Omdat je niet verplicht bent om in een onverdeelde gemeenschap te blijven, mag je altijd verdeling vorderen. Dit kan zijn toedelen van de woning aan je ex, aan jou of een verkoop. Als je ex niet vrijwillig meewerkt kan je dat, maar ook de gebruiksvergoeding en een betaling van een aandeel in de eigenaarslasten in een procedure bij de rechtbank vorderen. Om dit soort vertragingen te voorkomen had je het ook in de echtscheidingsprocedure kunnen regelen. Maar als er gebruik wordt gemaakt van gefinancierde rechtsbijstand, biedt het overheidsbudget daar geen ruimte voor.

 

Ingrid Maste
Hillen van Tol advocatuur en mediation

Alimentatie bij meerderjarig kind bij scheiding

Wij hebben een zoon van 16 en een dochter van 19 jaar. Allebei zitten ze nog op school. Bij de komende scheiding wil ik kinderalimentatie voor de kinderen vragen. Mijn man wil niet voor onze dochter betalen omdat zij meerderjarig is. Onze dochter ziet het niet zitten om een procedure tegen haar vader te moeten voeren, maar ik ga zonder alimentatie voor haar niet rondkomen.

 

Bij de scheiding kan voor minderjarige kinderen alimentatie worden gevraagd omdat jij hun wettelijke vertegenwoordiger bent. Zodra je kind meerderjarig is, ben je dat niet meer. Lange tijd is ervan uitgegaan dat meerderjarige kinderen dat zelf moeten regelen met de andere ouder. Als je kind tijdens de echtscheidingsprocedure meerderjarig wordt, kan je werken met een schriftelijke machtiging van je kind. Inmiddels heeft het Gerechtshof Den Haag geoordeeld dat je ook in de echtscheidingsprocedure kinderalimentatie kan vragen als gevolmachtigde van een jongmeerderjarige (tot 21 jaar). Dus ook als jullie dochter op het moment dat de scheidingsprocedure begint al meerderjarig is. De oudste moet jou dan wel een schriftelijke machtiging geven. Dit kan alleen tijdens de echtscheidingsprocedure. Ben je niet getrouwd en wil je via de rechter kinderalimentatie vragen als jullie uit elkaar gaan, dan kan je volgens de huidige wetgeving en rechtspraak alleen voor jullie minderjarige zoon kinderalimentatie vragen. Jullie dochter zal het dan zelf moeten regelen. En als zij dat niet doet, hebben jullie een probleem waarvoor ik geen soepele oplossing zie.

Ingrid Maste
Hillen van Tol advocatuur en mediation

Nieuwe vrijwilliger: Esther

Ik ben Esther, een gezellige aanwinst die het team van vrijwilligers komt versterken!

In september begin ik met het laatste jaar van mijn bachelor aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ik ben een ontzettend gemotiveerde studente en ik sta ontzettend te popelen om bij jullie aan de slag te kunnen, want wat wil ik graag in de praktijk aan de gang. Verder ben ik student-coach bij het Pre-University College VU, werk ik in de sales en zal ik vanaf augustus aan de slag gaan bij een advocatenkantoor in Amsterdam Zuid. Je kan mij dus beschrijven als een bezige bij, heerlijk vind ik dat.

In mijn vrije tijd ben ik veel in de sportschool te vinden, maar ook breng ik graag tijd door met vrienden en familie. Ik heb meer hobby’s maar omdat ik het altijd zo lekker druk ben, heb ik daar nog maar weinig tijd voor.

Al met al heb ik ontzettend veel zin om met jullie als vrijwilliger aan de slag te gaan! Hopelijk kan ik een hoop mensen helpen!

Lintje voor twee Wetswinkel vrijwilligers

Op vrijdag 3 juli 2020 werden Gérard Koopal en Paul de Wit door burgemeester Franc Weerwind benoemd tot respectievelijk Lid en Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Gérard Koopal:
Door Franc Weerwind geroemd om zijn jarenlange (vanaf 1965) inzet voor de Wetswinkel. Maar ook de altijd kennis overdragende persoon, waardoor Gérard wordt gezien als de nestor binnen de Wetswinkel. En dat hij daarnaast ook nog tijd heeft om in diverse besturen te zitten, waaronder de Nederlandse Vereniging Rechtskundige Adviseurs, het college van toezicht van de NVRA en Vereniging Experimenteel Radio Onderzoek Nederland (VERON). Gérard vertelde een leuke anekdote dat, toen onze Koning trouwde met Maxima, hij een sjaal heeft toegestuurd naar de radiostudio in Argentinië en die hangt daar nog steeds… 
Het was daarom dat het de Koning heeft behaagd Gérard te benoemen tot Lid in de Orde van Oranje Nassau.
Paul de Wit:
Burgemeester Franc Weerwind startte de Lintjesregen met Paul. De burgemeester zag de sterretjes in de ogen
van Paul, waarop deze beaamde ontzettend trots te zijn. Hetgeen werd beaamd door Elly, de vrouw van Paul.
Zij gaf aan dat sinds 24 april Paul trots als een pauw “rondloopt”.
Op de vraag hoe het toch zat met Paul’s dienstverband bij de Gemeente Almere antwoordde hij “Laten we het
erop houden dat de visie over hoe het werk gedaan moest worden niet met elkaar overeenkwam”. Franc complimenteerde hem vervolgens met zijn politiek correcte antwoord.
Het was door Paul’s lange Wetswinkelloopbaan als schuldhulpbegeleider
dat het de Koning heeft behaagd hem te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.
De Wetswinkel is trots op beide vrijwilligers die inmiddels enorm veel Almeerders in
(financiële) nood hebben kunnen helpen!

Experian registratie: schending privacy?

Velen kennen de BKR-registratie (“Bureau Krediet Registratie”) en weten welke consequenties een registratie in het BKR register heeft. Minder bekend is Experian. Dit is een organisatie die, onder meer “negatieve betaalervaringen” registreert. Dit doet zij in opdracht van bedrijven, waaronder incassobureaus. Onlangs werden wij geconfronteerd met de gevolgen van zo’n registratie. Gevolgen die onder andere de privacy van de klant raken.

Casus
Onze klant reageerde via Woningnet op een studentenwoning bij een bekende makelaardij in Almere. Kort na inschrijving ontving de klant bericht dat zijn aanvraag niet in behandeling zou worden genomen omdat er een registratie lag bij Experian. De makelaar gaf te kennen dat klant niet meer hoefde te reageren op kamers/woningen zolang de registratie bleef staan.

Het bleek dat onze klant onder bewind staat. Bewind houdt in dat de betrokken persoon zonder toestemming van de bewindvoerder geen (financiële) verplichtingen mag aangaan. Bewind wordt geregistreerd in het curatele- en bewindregister. Het register is openbaar zodat leveranciers dit register kunnen inzien. Dat geeft de leverancier de mogelijkheid geregistreerde klanten te kunnen weigeren als die geen toestemming van hun bewindvoerder hebben. Als de leverancier toch zaken doet, heeft de bewindvoerder het recht dit terug te draaien met een beroep op de registratie. De leverancier moet dan het betaalde bedrag terugstorten.

Onze klant bestelde eerder producten bij twee webshops zonder de vereiste toestemming van de bewindvoerder. De aankoopbedragen, inclusief de boetes voor te late betaling, werden door de bewindvoerder betaald. Dat deed hij pas nadat het Centraal Invorderings Bureau (“CIB”) de vordering bij hem had ingediend. Het CIB is een incassobureau, dat was ingeschakeld door de betreffende webshops. Verder blijkt dat het CIB melding heeft gedaan bij Experian.

De vraag: schending privacy?

De vraag is nu of het CIB dit had mogen doen of daarmee de privacy van onze klant heeft geschonden.

 

Het antwoord.

Het CIB wijst op haar privacy statement, waarmee de klant heeft ingestemd. Daarmee stemt hij ook (indirect) in met het registreren bij Experian. Die instemming zorgt er voor dat er dan ook geen sprake kan zijn van schending van de privacy. Het CIB vindt dan ook dat vermelding in het “register negatieve betaalervaringen” terecht heeft plaatsgevonden.

Bovendien blijkt uit ervaring, volgens het CIB, dat dit betaalgedrag vaak niet eenmalig is. Dat risico weegt op tegen de privacy van klant.

Wat verder? Het CIB geeft overigens wel toe dat de bestellingen nooit geleverd hadden mogen worden. De klant stond immers al geregistreerd in het curatele- en bewindregister. Het is wel zo dat de aankopen door de bewindvoerder zijn bekrachtigd door deze te betalen. Dat wil zeggen dat de aankopen alsnog rechtsgeldig tot stand zijn gekomen. Het CIB heeft daarom Experian (om coulance redenen) opgedragen de registratie te verwijderen.

Conclusie

Volgens de huidige privacywetgeving mogen uw persoonsgegevens, zoals uw naam en adres, rekeningnummer en dergelijke nooit zonder uw toestemming met derden worden gedeeld. In dit geval was de vereiste toestemming wel gegeven door verwijzing naar het toepasselijke privacy statement.

Dat is dus niet altijd gelijk duidelijk. Lees daarom altijd goed de documentatie door. Als het niet duidelijk is, vraag dan gerust om (gratis) advies bij de Wetswinkel Almere.

 

Hans Oomen
Cliënt begeleider Stichting Wetswinkel Almere

Een pro forma bezwaarschrift

Op het telefonische spreekuur meldt zich een klant die een brief van de gemeente heeft ontvangen. Daarin staat dat de gemeente zijn verzoek tot kwijtschelding van gemeentelijke belastingen afwijst. De klant wil weten of het zin heeft om bezwaar te maken. Er is haast bij want de bezwaartermijn verloopt de volgende dag al. Dat is (te) kort dag voor ons om de klant goed te kunnen adviseren. We raden hem dan ook aan om een pro forma bezwaarschrift te sturen aan de gemeente. Met een pro forma bezwaarschrift teken je formeel bezwaar aan maar geef je nog geen inhoudelijke argumenten. Daarvoor vraag je een nadere termijn. Zo stel je de bezwaartermijn veilig en creëer je meer tijd om je bezwaar deugdelijk te motiveren.

Voor dat pro forma bezwaarschrift sturen we de klant meteen een concept toe, zodat hij diezelfde dag nog bezwaar kan maken. Hiermee is de druk van de ketel. We spreken af dat de klant ons nog wat aanvullende stukken stuurt en dat wij daarna weer contact met hem opnemen om hem verder te adviseren.

De bezwaarschriftenprocedure is geregeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In artikel 6:5 Awb is opgenomen aan welke eisen een bezwaarschrift moet voldoen. Zo moet een bezwaarschrift onder andere de gronden van het bezwaar bevatten. Als daaraan niet is voldaan kan het bezwaar niet ontvankelijk worden verklaard. De indiener van het bezwaarschrift krijgt volgens artikel 6:6 Awb echter eerst de gelegenheid het verzuim binnen een bepaalde termijn te herstellen. Daarop is het pro forma bezwaarschrift gebaseerd.

Huurwoning: oplevering in oude staat

Mag de verhuurder kosten in rekening brengen om de woning in de oude staat te brengen?

Bij de wetswinkel komen regelmatig vragen binnen over de oplevering van een huurwoning waarvan de huur is opgezegd. De huurder dient de woning in de oude staat terug te brengen. In “de oude staat” betekent dat de woning er uit moet zien zoals deze was toen de huur inging. Indien dat niet het geval is dan doet de verhuurder dat en kunnen de kosten hiervoor in rekening worden gebracht bij de vertrekkende huurder.

In het ideale geval wordt ruimschoots voor de oplevering/verhuizing/opzegging contact door de verhuurder opgenomen om een voorcontrole te houden in het pand. Hierbij komt iemand van de verhuurder langs om te kijken of er door de vertrekkende huurder dingen zijn aangebracht, veranderd of vernield. Er wordt een rapport opgemaakt waarin precies staat wat de vertrekkende huurder nog moet doen om de woning in de oude staat terug te brengen. Voor het einde van de huurtermijn komt er nogmaals iemand langs om te kijken of de vertrekkende huurder alle dingen op het rapport naar tevredenheid van de verhuurder heeft uitgevoerd. Echter, dat laatste is niet altijd het geval en dan hangt het er van af wie gelijk krijgt.

Daarbij komt dat sommige huurders menen dat de veranderingen die door hen zijn aangebracht, een woning aantrekkelijker maken. Neem bijvoorbeeld een mooie vloer. Als de volgende huurder die wil overnemen dan kan die blijven liggen. Als dat niet het geval is, er is bijvoorbeeld nog geen nieuwe huurder gevonden, dan moet de vloer er uit gehaald worden. (Overigens, indien de nieuwe huurder de vloer wel overneemt, neemt deze nieuwe huurder daarbij de plicht over van de oude huurder de veranderingen te verwijderen indien deze niet door de verhuurder zijn goedgekeurd!) Zo zijn er wel meer dingen waarover de huurder en verhuurder van mening kunnen verschillen. Neem bijvoorbeeld gebruikelijke slijtage van de keuken of badkamer. Normale slijtage of ouderdom mag nooit op de huurder worden verhaald want dat hoort voor de verhuurder te zijn. Het wordt anders als er vernielingen of schade aan of in het huis worden geconstateerd die voor rekening van de huurder komen.

Wat is nu wijsheid in deze. Eigenlijk begint het al met het betrekken van een nieuwe huurwoning. Maak foto’s van de woning voordat je er in trekt. Met name overnames van, en schade door, de vorige huurder moeten door de verhuurder worden goedgekeurd, het liefst schriftelijk. Als je dan later de huur opzegt dan komen deze kosten niet voor jou rekening. Hetzelfde doe je voordat je de woning verlaat. Neem foto’s en getuigen mee. Als je de woning terug geeft aan de verhuurder, zorg dan in ieder geval dat de woning (veeg)schoon is. Met name keuken en sanitair worden altijd gecontroleerd. Laat je dat achterwege dan kunnen de (schoonmaak)kosten voor jou rekening komen.

 

Mr. Gérard Koopal

Senior intaker Wetswinkel Almere

Geschonken geld bij scheiding terug?

Tijdens ons huwelijk heb ik geld van mijn ouders ontvangen met een uitsluitingsclausule. Dit geld is toen op de gemeenschappelijke bankrekening overgemaakt. We gaan nu scheiden en ik wil mijn schenking terug. Heb ik daar recht op?

 

Over dit soort zaken zijn veel procedures gevoerd. De Hoge Raad heeft hier vorig jaar het volgende over gezegd. Als je geld onder uitsluitingsclausule hebt gekregen, heb jij recht op vergoeding van jullie gemeenschap. Ook als de schenking op de en/of rekening is gestort en op is, maakt dat niet anders. Alleen als aangetoond wordt dat jij het geld voor jouw privézaken hebt uitgegeven is er geen recht op vergoeding. Een privéuitgave kan bijvoorbeeld zijn een vakantie van jou alleen. Er is ook geen recht op vergoeding als jij het geld hebt geschonken of gezegd hebt dat jij de vakantie voor het gezin wel betaalt als cadeautje. Maar als het geld er nog is, of als het (deels) is uitgegeven aan de gezinsvakanties, een nieuw bankstel voor het gezin, de hypotheek of de boodschappen en er geen duidelijke afspraak was dat het een cadeautje was, dan heb jij recht op vergoeding.

Het ligt op jouw weg te bewijzen dat jij een schenking onder uitsluitingsclausule hebt ontvangen. En het is dan eventueel aan jouw echtgenoot te bewijzen dat jij die hebt besteed aan privézaken.

Ingrid Maste
Hillen van Tol advocatuur en mediation